ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Abdij van Lucerne

Brug over het riviertje de Thar

Eerste indruk van de abdij

De graftombes van de stichters

Vlak bij het dorpje Lucerne d’Outremer, in het dal van de vallei van het riviertje de Thar ligt de schitterende abdij van Lucerne. De schaduwrijke en imposante gebouwen ademen de sfeer van schoonheid en strengheid uit die hoort bij de opvattingen van cisterciënzer geest.

De abdij, oorspronkelijk van de Orde van Prémontré, werd in 1143 gesticht door Hasculus van Subligny. Dit gebeurde overigens op aanraden van zijn broer Richard, toenmalig Bisschop van Avranches.

Premonstratenzers of Norbertijnen zijn geen z.g. monikken. Het zijn reguliere kanunniken Priesters en geestelijken die in groepsverband leven en samen de kerkliturgie beleven. Hun leven bestaat uit soberheid en onzelfzuchtigheid.Maar buiten hun klooster zijn zij als parochiepastoor actief.
Hun sobere architectuur, geinspireerd door het werk van de cistenzienzer bouwkunst, contrasteert sterk met het tot in detail uitgewerkte ceremonieel van hun litutgische vieringen.

De eerste kanunniken kwamen van de Abdij van Saint-Josse-aux-Bois, gelegen in het bisdom Amiens. Het klooster was oorspronkelijk ingeplant in het nabijgelegen bos. In 1161 werd het overgebracht naar haar huidige ligging op voorstel van Achardus, Bisschop van Avranches en voormalig abt van de beroemde Abdij van Saint-Victor te Parijs. Van Achardus, een bekend theoloog en filosoof zijn verschijdene opmerkelijke geschriften bewaard, zoals een traktaat over de Heilige Drievuldigheid en een vijftiental sermoenen.

De wasgelegenheid voor de priesters’
Buiten en warm en koud stromend water

De open haard in het gastenverblijf

Het poortgebouw
Met de bouw van de kerk werd begonnen in 1164 en de volledige werken waren gereed in 1178. De abdij is opgetrokken in de z.g. Anglo-Normandische stijl.
De klokketoren kwam tot stand tussen 1180 en 1200. De kloostergebouwen werden gebouwd tijdens het abbatiaat van Anot (1157-1206).
Vanuit de Abdij van La Lucerne stichtten de premontratenzers nog vier andere abdijen; Er is een duidelijke verwantschap met de satichting van vier andere abdijen; Ardenne nabij Caen (Calvados), Beauport langs de noordkust van Bretagne (bij Paimpol - Côtes d’Armor), Cerisy-Belle-Etoille tussen Vire en Flers ( Orne) en Mandaye bij Bayeux (Calvados).
Tijdens de honderdjarige oorlog werd het woord d’Outremer aan de naam toegevoegd. Letterlijk vertaalt betekent dit “van overzee”. Deze naamsverandering had alles te maken met de trouw welke de hertogen van Normandië toonden aan de Engelse koningen.
Gedurende deze tijd en tijdesn de Godsdienstoorlogen werd de abdij vele malen belegerd en geplundert.
In de 17de eeuw restaureerden de grote abten Jean en François de la Bellière de gebouwen en herstelden zij het gemeenschapsleven volgens de kloosterregels.
Gedurende de 18de was La Lucerne de enige abdij in de streek die alleen regulier verkozen abten aan het hoofd had en dus nooit onder een commendataire abt leefde.

Het klooster werd uit arren moede, in 1791 verkocht. Na een tweede verkoop in 1799 werd het klooster omgebouwd tot een spinnerij en een molen. Deze fabriek ging later failliet en het onderhoud van de gebouwen werd vergeten zodat de pijlers van het kerkschip in 1837 volledig instorten. Dit veroorzaakte de val van het gewelf.
De stenen van de ruine gingen als bouwmateriaal gebruik woren voor gebouwen in de omgeving.
De verdere afbraak stopte omstreeks 1850, maar het verval was niet meer te stoppen.

In 1959 nam Abbé Marcel Lelégard (1925 – 1994) met de steun van verschillende overheidsdiensten het behoud en vervolgens de heropbouw van het kloostercomplex ter hand. . Hier kwam ontzettend veel oude ambachtelijkheid bij kijken, los van het werven van de nodige fondsen.
In 1928 werd de abdij op de lijst van Nationale Monumenten geplaatst.

Het gebouw dat gebruikt werrd als molen
Sedert 2009 klingelen de klokken weer vrolijk door de vallei. Elk jaar tijdens de nacht van 25 op 26 november luidt de zware basklok onophoudelijk ter nagedachtenis van de jonge prins Willem, de zoon van koning Hendrik de 1ste van Engeland en kleinzoon van Willem de Veroveraar die omkwam bij de ondergang van het “Witte Schip”
In 1514 werd een orgel geplaatst. De Franciscanen van het diocees van Chambéry vonden dat hun kapel te klein was geworden en verbouwden deze in 1845 tot kathedraal. Daarbij werd het orgel grondig gerestaureerd en uitgebreid. Een lang leven was het daar niet beschoren. In 1858 al verhuisde het weer opnieuw. Van de kathedraal van Belley vertrok het naar de Notre-Dame de Salins-les-Bains in de Jura. Daar werd waarschijnlijk een tweede toetsenbord geplaatst.
In 1962 werd die kerk verlaten en het orgel werd ontmanteld en opgeslagen. Via, via kreeg pater Lelégard hier lucht van en stelde alles in het werk om het instrument terug in Lucerne te krijgen. Hij kreeg uiteindelijk die gelegenheid. Het werd voledig gerestaureerd door Philippe Hartman en Jean Deloye. De opbouw en restauratie duurden tot 1981, waarna het op 31 oktober officieel in gebruik werd genomen.

De Romaanse abdijkerk, de gewelfde kelders met hun opmerkelijke randen, de eetzaal met de massieve eiken balken, de panelen, het voormalige paleis van justitie, de bakkerij, de tiendenkamer en de duiventil, nodigen u uit voor een bezoek. Hier kunt u een geweldig inzicht krijgen in het middeleeuwse leven van de monniken.

Het middenschip na de restauratie
Keldergebouwen, technisch hoogstandje In bouwkunst
De zuidelijke ingang van de kerk



Het gerestaureerde orgel
De duiventoren
bijna gereed.

Het “nieuwe” verblijf voor de priesters