Charles de Gaulle.
De jonge jaren.
Charles André Joseph Maria de Gaulle werd geboren in Rijsel op 22 november 1890. Hij was de tweede zoon in een erg katholiek en patriottisch gezin.
Op jonge leeftijd werd hij sterk beïnvloed door lectuur van Barrès, Bergson, Boutroux en Péguy. Al snel toonde hij bijzondere interesse in militaire zaken.
De Gaulle schreef zich in als student aan de militaire school van École Spéciale Militaire de Saint-Cyr.
In 1913 werd hij ingedeeld bij het 33ste regiment van de infanteriedivisie onder leiding van de toenmalige kolonel Pétain.

Het geboortehuis van De Gaulle
De Eerste Wereldoorlog.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog diende de Gaulle als luitenant. In 1916 was hij betrokken bij de slag om Verdun en werd door de Duitsers gevangen genomen. Hij ondernam verscheiden ontsnappingspogingen wat er toe leidde dat hij werd geplaatst in het krijgsgevangenenkamp Fort Ingolstadt.
Na de oorlog werd hij opnieuw ingedeeld bij de infanterie, bij de pantsereenheden.
Inmiddels waren (intussen Generaal) Pétain en de Gaulle elkaar weer tegen gekomen. Hij werd door Pétain aangewezen als militair deskundige en betrokken bij de opbouw van het leger van het zojuist onafhankelijk geworden Poolse leger. Daardoor raakte hij betrokken bij de Pools-Russische oorlog.
Al snel viel op dat hij een vernieuwend tacticus was. In 1932 schreef hij een militair handboek “Het scherp van de snede” waarin hij wees op het belang van het vormen van leiders. Daarnaast ging hij in op de invloed van het toeval.
Ook bepleitte hij het formeren van pantsereenheden waardoor mobiliteit en vuurkracht veel beter gecombineerd zouden kunnen worden. Daarnaast maakte hij zich in zijn boek “Naar een beroepsleger” in 1934 sterk voor een professioneel, gemotoriseerd beroepsleger dat de kern van de krijgsmacht moest gaan vormen. Hiermee zou een eventuele verassingsaanval vanuit Duitsland afgeslagen kunnen worden.

Boek van De Gaulle
Dat dit nog niet zo dom was bleek uit het feit dat de Duitse tankgeneraal Heinz Guderian hierin zijn ideeën bevestigd zag. In Engeland werd door de militair historicus Liddell-Hart met belangstelling kennis genomen van de Gaulles ideeën.
Helaas, Frankrijks legerleiding bleef staan achter het idee van statische verdediging waarbij de nadruk lag op de grote fortificaties zoals de Maginot Linie. Er werd niet naar de Gaulle geluisterd.
Daaruit ontstond zijn weerstand tegen de politiek. Hij was sterk gekant tegen de parlementaire democratie. Zijn aversie werd nog aangewakkerd door de socialistische premier Léon Blum die fel gekant was tegen een beroepsleger omdat dit makkelijk ingezet kon worden tegen de eigen bevolking.

De Maginotlinie
De Tweede Wereldoorlog.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog kreeg de Gaulle het bevel over een provisorische pantserdivisie. Hiermee vocht hij zonder veel effect tegen de invallende Duitse legers. Deze waren, zoals De Gaulle al had voorspeld, om de Maginotlinie heen getrokken, dwars door de, volgens de Franse legerleiding, ondoordringbare Ardennen
Vlak voor de totale ineenstorting werd hij bevorderd tot Brigadegeneraal. Op 6 juni werd hij aangesteld als onderminister van defensie in het kabinet van Paul Reynaud. In die hoedanigheid nam hij deel aan de besprekingen met de Britten tijdens de laatste fase van de Duitse opmars in 1940.
Toen hem bleek dat maarschalk Pétain in juni 1940 een wapenstilstand wilde met de Duitsers werd de Gaulle furieus. Hij stapte op een vliegtuig en ontkwam daarmee naar Londen.
Op 18 juni verklaarde hij via de Britse radio dat Frankrijk dan wel een slag had verloren, maar niet de oorlog. Hij riep het Franse volk op de strijd tegen Duitsland voort te zetten. Ook werden in het vaderland pamfletten verspreid.

Oproep tot verzet
Het onmiddellijke resultaat hiervan was dat hij door het Vichy-regering wegens desertie bij verstek ter dood werd veroordeeld. Deze regering werd door de Duitser getolereerd als een marionettenregering in het zuidoostelijke deel van Frankrijk. Deze regering werd geleid door de inmiddels 83-jarige Pétain, de vroegere commandant en beschermheer van de Gaulle.
De Gaulle organiseerde na zijn aankomst in Londen de Vrije Franse Strijdkrachten. Het lukte hem om in sommige Franse koloniën aan zijn kant te krijgen. Hij kreeg ook het bestuur over Syrië en Libanon in handen nadat de Britse troepen deze Franse mandaatgebieden op de Vichytroepen hadden veroverd.
De Gaulle werd aanvankelijk niet erg serieus genomen door de geallieerden. De reden daarvoor was dat de Vichyregering, bij gebrek aan beter zowel in eigen land als daarbuiten een zekere legitimiteit had. De Gaulle kon daar niet veel meer tegenover stellen dan zijn vastberadenheid om de waardigheid van Frankrijk te verdedigen. Het maakte van hem daardoor een koppig en kortzichtig man. Zelf omschreef hij dit gebrek als volgt: “Ik kan geen compromissen sluiten, daarvoor ben ik te zwak”.
Hoewel de Britse premier Churchill wel een zeker respect op kon brengen voor de koppige Franse generaal, werd hij door de Verenigde Staten volledig gewantrouwd. De Amerikaanse en Britse troepen vielen in november 1942 met succes de Franse gebieden in Noord Afrika binnen. Het bestuur over deze gebieden werd echter niet aan de leider van de Vrije Franse toevertrouwd. Een andere generaal, Henri Giraud, die nog tegen de Vichyregering had aangeleund werd aangesteld als leider over deze gebieden.
De Gaulle bleek als snel een behendiger politicus te zijn. Hij beschikte over een forse aanhang, ook in bezet Frankrijk waar het Vichy regime het restant van haar geloofwaardigheid had verloren toen vanaf november 1942 ook op het eigen gebied Duitse troepen werden gelegerd.
In juni 1943 kwam er een compromis. De Gaulle en Giraud werden co-voorzitters van een Frans comité van Nationale Bevrijding in Algiers. Na enkele maanden wist De Gaulle Giraud aan de kant te schuiven.

De Gaulle in Noord Afrika
Hoewel de Amerikanen De Gaulle niet wilden betrekken in de plannen voor de invasie op Normandië en ze van plan waren het bevrijde Frankrijk, althans voorlopig, zonder hem te besturen, bleek het hele binnenlandse verzet als één man achter De Gaulle te staan. Het Vichy regiem verdween als sneeuw voor de zon en bij zijn terugkeer in Frankrijk werd De Gaulle met open armen ontvangen en toegejuicht.
Na een met emoties beladen in Parijs vestigde hij daar op 26 augustus 1944 zijn voorlopige regering. Vanaf dat moment stond hij er op dat Frankrijk door de geallieerden weer als een grote mogendheid werd behandeld. Maar hij werd naar zijn gevoel zwaar beledigd door niet uitgenodigd te worden voor de conferenties van Jalta en Potsdam.
Deze belediging zou doorwerken in De Gaulles eigenzinnige buitenlandse politiek in de jaren zestig.
De Gaulles toespraak vanaf het bordes van het gemeentehuis van Cherbourg
De naoorlogse periode.
In eigen land was De Gaulle aan het einde van de oorlog een algemeen aanvaarde leider die boven de partijen stond. Hij bleef na de verkiezingen van november 1945 voorzitter van de voorlopige regering, maar in 1946 trad hij af. De reden hiervoor was dat zijn ideeën over een sterke uitvoerende macht niet in de nieuwe grondwet van de Vierde Republiek zouden worden opgenomen.
In 1947 richtte hij een nieuwe politieke partij op, “Rassemblement du Peuple Français”. Deze partij beweerde namens alle Fransen op te treden. De partij was tijdelijk een succes maar in 1953 hief De Gaulle de partij op en hij trok zich terug uit de politiek.
De Vierde Republiek werd, zoals De Gaulle al gevreesd had, gekenmerkt door voortdurende politieke instabiliteit. In Frans Indo China woedde een dekolonisatie oorlog. In 1954 zou deze uitlopen op een definitieve Franse nederlaag. In hetzelfde jaar brak de Algerijnse vrijheidsoorlog uit.
In 1958, toen deze bijzonder bloederige oorlog uitzichtloos was geworden, maakte een opstand van de Franse strijdkrachten in Algerije duidelijk dat de Vierde Republiek niet tegen de situatie was opgewassen.

Barricaden in Algiers
Na twaalf jaar afwezigheid op het politieke toneel werd De Gaulle sterk genoeg bevonden om uitweg te vinden. Hij vormde een regering en kreeg van het parlement een speciale volmacht voor zes maanden. Hij stelde een nieuwe grondwet op die de macht van de president versterkte ten koste van het parlement.
In januari 1959 werd hij de eerste president van de Vijfde Republiek.
De opstandige Franse militairen hadden gehoopt dat De Gaulle de Algerijnse opstand de kop in zou drukken. Maar hij besefte al snel dat Frankrijk daar nooit in zou slagen. Dit was immers niet te combineren met zijn eigen onwil 9.000.000 islamitische Algerijnen het volwaardig Frans staatsburgerschap te geven. Uiteindelijk kondigde De Gaulle aan om via onderhandelingen Algerije zelfbeschikking te willen verlenen. Dit leidde tot grote ongeregeldheden. Franse kolonisten verzetten zich heftig tegen dit idee. In Algiers dreigde zelfs een militaire staatsgreep. De geheime paramilitaire “Organisation de l’Armee Secréte” (OAS) pleegde tal van dodelijke aanslagen waarbij zelfs De Gaulle ternauwernood aan de dood ontsnapte.
In 1962 werden bij de Akkoorden van Evian de Algerijnse onafhankelijkheid bevestigd waarna honderdduizenden Franse kolonisten (pied-noirs) en koloniale militairen (harki’s) een goed heenkomen zochten in het moederland.
Force de Trappe.
De Gaulle was vastbesloten Frankrijk haar vroegere positie op het wereldtoneel weer in te laten nemen. Hij wilde daarom de invloed van de Verenigde Staten in Europa beperken. Daarom onttrok hij de Franse strijdkrachten aan de militaire bevelsstructuur van de NAVO, hoewel Frankrijk wel politiek lid bleef van deze organisatie. Intussen zorgde hij er voor dat Frankrijk haar eigen atoomwapens ontwikkelde – de Force de Trappe. Voor De Gaulle was het onbestaanbaar dat een groot land als Frankrijk zijn veiligheid in laatste instantie aan een andere mogendheid overliet.
Als verklaring gaf hij hiervoor; “Ik meen op de kaart gezien te hebben dat Amerika niet in Europa ligt”.
Hij bedoelde daarmee dat voor elk land het hemd nader ligt dan de rok. Een afschrikking die gebaseerd is op de veronderstelling dat Amerika het eigen bestaan op het spel zou zetten ten behoeve van Europese bondgenoten leek hem volslagen ongeloofwaardig.

De Gaulle in de jaren zestig
Buitenlandse politiek.
Tweemaal sprak De Gaulle zijn veto uit tegen de toetreding van Het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschap omdat dit land teveel onder de invloed van de Verenigde Staten stond. Anderzijds stond hij op goede betrekkingen met West-Duitsland. Hij kon het uitstekend vinden met de Duitse bondskanselier Conrad Adenauer.

Met Conrad Adenauer
Adenauer heeft als enige buitenlandse regeringsleider die ooit privé heeft gelogeerd op La Boisserie in Colombey-les-Deux-Ēglises, de particuliere woning van De Gaulle. Op 22 januari 1963 ondertekenden De Gaulle en Adenauer het Ēlysée Verdrag dat aan de erfvijandschap tussen Frankrijk en Duitsland een einde moest maken. Daarbij bevestigden beide landen overigens wel hun eigen prioriteiten. Voor West Duitsland was dat een sterke band met Amerika en de EEG.
Voor Frankrijk was het verzwakken van de Amerikaanse invloed een prioriteit.
De Gaulle ging rechtstreeks praten met de Sovjet Unie over ontspanning en knoopte diplomatieke betrekkingen aan met de Volksrepubliek China. De Amerikaanse interventie in Vietnam wees hij af.
Hij liet zich leiden door de gedachte dat er een fundamentele tegenstelling was tussen de Angelsaksische cultuur enerzijds en de Franse en Europese cultuur anderzijds, wat bijdroeg aan zijn weerzin tegen het Britse lidmaatschap van de EEG en de Amerikaanse hegemonie via de NAVO.
Vooral dit laatste werd slecht begrepen in rechtse Europese en Amerikaanse kringen, voor wie het Amerikaanse tegenwicht tegen het Sovjet-blok van enorm belang was.
In eigen land vond hij brede steun voor zijn anti Amerika politiek. Vanuit links omdat die wegens het Amerikaanse kapitalisme principieel anti Amerikaans waren. Echts tobde voornamelijk met de pijn over het verlies van nationale macht en status na twee uitputtende wereldoorlogen.

Zijn vijandigheid tegenover Amerika straalt er vanaf
In de Europese Gemeenschap zorgde hij regelmatig voor moeilijkheden. Hij wilde de invloed van de Europese Commissie beperken. In plaats van een “Europa van bureaucraten” stond hij een “Europa van vaderlanden” voor waar staatshoofden en regeringsleiders zelf de beslissingen namen.
Zijn dwarsliggen had tot gevolg dat de Europese instellingen geblokkeerd raakten en Frankrijks relatie met andere Europese partners gespannen raakten. De Gaulle accepteerde dat, omdat volgens hem Staten geen vrienden hadden, wel belangen.
Binnenlandse politiek
In eigen land was het bewind van De Gaulle nogal autoritair te noemen. Zijn aanhangers, de Gaullisten, hadden meestal een ruime meerderheid in het parlement, vooral door het districtenstelsel dat hij had ontworpen om hem in de kaart te spelen en zo de politieke stabiliteit te creëren waaraan het tijdens de Vierde Republiek zo aan had ontbroken. Bovendien maakte hij op deze manier de regering volkomen ondergeschikt aan de president
De Gaulle zag politieke partijen als een noodzakelijk kwaad. Hij wilde eigenlijk boven de partijen staan als een scheidsrechter die het nationale belang vooropstelt.
Hij maakte geen geheim van zijn minachting voor de “zogenaamde partijen” met hun “zogenaamde leiders” Belangrijke beslissingen liet hij ondersteunen met een referendum, waarbij hij het Franse volk voor de keuze stelde: of het voorstel werd goedgekeurd of hij trad af. Telkens kreeg hij hierdoor een meerderheid achter zich. Op die manier kreeg hij een grondwetswijziging doorgedrukt waardoor de president voortaan rechtstreeks gekozen zou worden.
Dit gaf een president nog meer gezag omdat hij geen vertrouwensvotum van het parlement meer nodig had. Bij de presidentsverkiezingen van 1965 kon De Gaulle zichzelf opvolgen voor een nieuwe ambtstermijn van zeven jaar. Zeer tegen de zin van links die hem ervan beschuldigden een dictatuur van Frankrijk te maken.
Het bestuur onder De Gaulle voerde echter wel een aantal belangrijke hervormingen door die Frankrijk op tal van gebieden moderniseerden, iets wat tijdens de zwakke Vierde Republiek niet mogelijk was geweest.
De Gaulles bewind leek onaantastbaar Totdat in mei 1968 massale studentendemonstraties uitbraken, gevolgd door grote stakingen met een quasi-revolutionaire karakter. Gedeeltelijk was dit het gevolg van de autoritaire regeringsstijl van De Gaulle. Maar toch vooral kwam het voort uit de, door de “baby-boomers” gedragen “culturele revolutie” die in grote delen van de westerse wereld de kop opstak maar nauwelijks een uitgewerkt politiek alternatief voor de gevestigde orde bood.
De oude generaal leek even geen antwoord te hebben op de crisis. Hij vloog zelfs naar de in Duitsland gelegerde tropen om zich daar bij generaal Massu te verzekeren van de steun van het leger.
\
De gedachten van de studenten op een affiche
Er werden vervroegde parlementsverkiezingen uitgeschreven. Daarbij bleek dat De Gaulle nog steeds massaal werd gesteund. Maar toch had de president, die al tegen de tachtig liep, behoorlijk aan prestige ingeboet. In april 1969 schreef hij opnieuw een referendum uit over een grondwetsherziening waarbij hij weer het volk voor de keuze stelde: “Geef me mijn zin of ik ga weg”. Dit keer leed hij een nederlaag en hij deed wat hij had gezegd. Drie jaar voor het einde van zijn termijn trad hij meteen af. Hij trok zich terug in zijn landhuis in het dorpje Colombey-les-Deux-Eglises in Haute-Marne.
Overlijden.
Op 9 november 1970 overleed De Gaulle onverwacht in zijn landhuis. Hij werd op het plaatselijke kerkhof begraven. Niet alleen omdat hij een staatsbegrafenis had geweigerd, hij wilde vooral begraven worden naast zijn dochter Anne, die al op vrije jonge leeftijd was gestorven.
Eerder had hij al alle eerbewijzen en onderscheidingen afgewezen. Later werd ter ere van hem een groot Lotharings Kruis opgericht te dorpje Colombey-les-Deux-Eglises. Dat hij met zijn politieke macht niet uit was geweest op persoonlijk voordeel, bleek wel uit de zeer bescheiden financieel middelen die hij naliet.

De woning van De Gaulle in Colombey-les-Deux-Ėglises
Nalatenschap
Met zijn grote gestalte, zijn effectief bespelen van de media en zijn politiek tactisch vernuft van verdelen en heersen, maar vooral vanwege zijn staatskundige visie was De Gaulle in meer dan één opzicht een indrukwekkend figuur. Altijd streed hij voor het nationaal belang zoals hij dat zag en waarvan hij steeds velen wist te overtuigen.
Zijn autoritaire stijl, die hij nooit liet ontaarden in dictatuur, is daarom lange tijd voor lief genomen.

Het graf van De Gaulle
Zijn invloed in Frankrijk is nog steeds bijzonder groot. Er is altijd wel weer ergens een politieke partij die zich Gaullistisch noemt. Belangrijker is nog dat hij op twee cruciale momenten, bij de Duitse inval in 1940 en bij de dekolonisatie van Algerije in 1962 een eigen weg insloeg met enorme persoonlijke risico’s, maar waarbij bleek dat hij het uiteindelijk bij het juiste eind had. In het eerste geval behoedde hij het land voor een totale capitulatie, in het tweede geval voor een complete burgeroorlog.
De grondwet van de Vijfde Republiek is zijn schepping die hem, met slechts marginale wijzigingen, ruimschoots heeft overleefd en voor nog onbepaalde tijd lijkt mee te kunnen.
De versterking van de uitvoerende macht ten koste van het parlement heeft geleid tot vergroting van de politieke stabiliteit, terwijl de klassieke burgerrechten onaangetast zijn gebleven.
De Gaulle heeft niet meer meegemaakt dat een van zijn grootste politieke tegenstanders, François Mitterand als president ook uit de voeten te kunnen met een grondwet die hij ooit als een permanente staatsgreep had omschreven.

François Mitterand
De naam De Gaulle leeft voort in het grootste vliegveld, Aéroport Charles de Gaulle. Ook het drukste plein van Parijs waar de Arc de Triomphe staat, het voormalige Place de l’Etoile, nu Place Charles de Gaulle is naar hem vernoemd. Ook het enige Franse vliegdekschip kreeg zijn naam toebedeeld.
De Gaulle werd op 4 april 2005 door de TV kijkers tot de grootste Fransman aller tijden verkozen. Men kan stellen dat hij daarmee zijn doel bereikt heeft. Hij merkte ooit op dat “De persoon Charles de Gaulle hem slechts interesseerde als historisch persoon”.
De Gaulle is geslaagd in die missie. Hij heeft terecht zijn standbeeld verdiend.






