ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Jean François Millet

Zelfportret
Millet werd geboren in Gruchy, een gehucht vlak bij Rouen op 4 oktober 1814 en overleed in Barbizon, 20 januari 1875) was net als de schilders Théodore Rousseau, Jules Dupré en Charles-François Daubigny één van de Barbizon-bewoners. Toch sloot hij zich nooit echt aan bij de stijlgenoten.

Les Glaneuses – de Arenleessters - 1857
Millet kreeg een academische opleiding bij Bon Dumouchel en bij Jérome Langlois te Cherbourg. Hij keerde zich, na 1840, af van de officiële modestijl en kwam sterk onder de invloed van Honoré Daumier. In 1848 toonde hij op het Salon een merkwaardig sterke "Korenwanner", waarmee hij meteen uiting gaf aan zijn vermogen tot het creëren van ongemeen realistiche composities.


Angelus
Hij trok zich terug in Barbizon, in 1849, om zich toe te leggen op het uitbeelden van talloze zeer poëtische boerentaferelen. Hierbij zijn vooral "De Arenleessters"(1857) en "Het Angelus"(1859) de meest bekende werken.

In zijn laatste levensjaren schilderde hij zuivere landschappen, o.a. Le printemps (1873; Musée du Louvre, Parijs).
Millet beïnvloedde niet enkel grote namen als Claude Monet, Camille Pissarro, Georges Seurat en zeker Vincent Van Gogh, hij steunde vooral jonge artiesten, voor wie hij een symbool zou worden.
Millets grote kracht lag in zijn tekenwijze, zijn monumentale vormgeving en compositie.
Millet speelde met zijn tekeningen een vernieuwende rol in de overgang van de Academische traditie naar de Franse avant-garde kunst. Vooral zijn visie op de boerenstand is vernieuwend. Boeren werden voorheen helemaal niet geschilderd. Maar Millet was er trots op van boerenafkomst te zijn.

Man met hak
Millets schilderijen veroorzaken halverwege de 19e eeuw heftige reacties. De grove boeren, werkend op het land, zoals De Zaaier, ontstemmen het kunstminnend publiek. Ze vinden het schilderij lelijk en bovendien vinden zij het ongepast dat een boer zo'n prominente plaats in een schilderij inneemt. Op de voorgrond strooit een flink uit de kluiten gewassen man zaad uit over het land, bijna als een held. Zijn gezicht heeft geen identiteit, nooit schildert of tekent Millet licht in de ogen van zijn boeren. Ploertige domheid is alles wat zij uitstralen. Ze gaan volledig op in hun werk of rusten even uit na hard gewerkt te hebben. Het zijn iconen van landarbeiders, meer dan dat het individuen zijn. Buiten het landschap waarin zij diep geworteld zijn heeft hun leven geen betekenis. Zij maken deel uit van het land, net als de koeien, die de kunstenaar overigens vaak met meer liefde tekent dan de boerinnen die ze laten grazen.