ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

1 september – Guernon-Ranville.

1 september – Guernon-Ranville.

“De revolutie woedt nog steeds,” schreef Guernon-Ranville op 1 september in zijn dagboek, de dag waarop hij werd ingesloten in de gevangenis van Vincennes.. Hij voegde daar nadrukkelijk aan toe: “maar ons bloed is niet voor niets vergoten. We hebben ons tot de laatste snik verdedigd om te bewijzen dat de Franse en Europese koningen op ons kunnen rekenen.” Dit waren de eerste woorden die Guernon-Ranville optekende tijdens zijn verblijf in de gevangenis van Vincennes.

Graaf Martial Como Hannibal Perpetua Magloire Guernon-Ranville werd op 2 mei 1787 in Caen geboren. Hij stamde uit een oude adellijke Normandische familie. Zijn vader was officier bij de musketiers. Guernon-Ranville wilde in de voetsporen van zijn vader treden en nam dienst in de Nationale Garde. Enkele maanden later ontdekte men dat hij bijziend was en hij kreeg eervol ontslag.

Daarop ging hij rechten studeren in Parijs. Na het afronden van zijn studie in 1813 opende hij een advocatenkantoor in Caen.

Hij was een enthousiast aanhanger van de Bourbons en toen de Honderd Dagen oorlog uitbrak, verzamelde hij een grote groep jonge vrijwilligers om zich heen om deel te nemen aan de strijd. Zij waren allen bereid te strijden tegen de onrechtmatige bezetting van het land door de revolutionairen.

Louis XVIII was inmiddels naar Gent in België gevlucht, waar Guernon-Ranville zich met zijn groepje bij hem voegde om te fungeren als lijfwacht.

Zijn toewijding werd beloond. In 1820 werd Guernon-Ranville benoemd tot president van de burgerlijke rechtbank in Bayeux. In 1822 volgde overplaatsing naar Limoges waar hij procureur generaal werd. In 1826 en 1829 promoveerde hij in dezelfde functie naar grotere rechtbanken, respectievelijk in Grenoble en Lyon.

Tijdens zijn installatie in die laatste stad verklaarde hij zich openlijk anti-republikein, wat hem op de nodige kritiek kwam te staan. Hij gaf hiermee, volgens zijn critici, aan niet onpartijdig te zijn.

Op 18 november 1829 werd hij door koning Karel X, die inmiddels zijn overleden broer was opgevolgd, naar Parijs geroepen. Guernon-Ranville werd minister en kreeg de portefeuille van kerkelijke zaken en onderwijs. Tijdens zijn korte periode als minister zette hij zich volledig in om de situatie van de leraren te verbeteren en de kwaliteit van het basisonderwijs naar een hoger plan te tillen.

Na de julirevolutie, die slechts een week duurde werd Karel X  gedwongen afstand te doen van de troon. Hij vluchtte in augustus naar Engeland.

Guernon-Ranville nam de wijk naar Tours, maar toen hij de stadspoort doorging werd hij gearresteerd. Tijdens het proces tegen de voormalige ministers van de regering van Karel X werd hij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Vijf jaar later, op 23 november 1836 kwam hij vrij vanwege een algemene amnestie. Hij trok zich terug op het familiekasteel Guernon-Ranville bij Caen. Guernon-Ranville hield zich zijn verdere leven afzijdig van politiek. Wel nam hij actief deel aan het culturele leven in Caen. Hij werd voorzitter van de academie van wetenschappen, kunst en letteren en in 1849 stichtte hij de Horticultural Society en de kamer van agrarische samenleving en handel.

Ranville overleed in zijn kasteel op 30 november 1866, Caen met een rijke culturele en economische erfenis achterlatend.