ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

27 juli – Jacht op de Hugenoten

27 juli – Jacht op de Hugenoten

De Hugenoten was de naam die men aan de Franse aanhangers van Calvijn gaf. Dat waren er vele tienduizenden. Dat dit in het overwegend katholieke Frankrijk tot onrust leidde, sprak voor zich.

Vanaf 1562 leidden de verschillen in opvatting tot bloedige godsdienstoorlogen. Beide partijen richtten massale slachtingen aan.

Tijdens de Michelade in Nîmes in 1567 werden meer dan 80 priesters en monniken door de Hugenoten vermoord. Dit was een voorbode van wat nog komen zou. De beruchte Bartholomeusnacht in 1572 kostte vele duizenden Hugenoten het leven. Dit leidde tot de vijfde heilige oorlog die op 23 februari 1574 begon. De jacht op de Hugenoten duurde tot 1598. De toenmalige koning Henry IV vaardigde in dat jaar het “Edict van Nates” uit. Hierdoor werd aan de Hugenoten vrijheid van godsdienst toegekend. Bittere kanttekening: Henry IV was zelf ooit Hugenoot, maar om de Franse troon te kunnen bestijgen moest hij zich bekeren tot het katholieke geloof.

Maar hierdoor keerde de rust in Frankrijk niet terug. Rond 1660 verlieten steeds meer Hugenoten Frankrijk om aan de vele pesterijen, waaronder de gehate dragonnades te ontkomen. Hierbij werden  Franse soldaten in de huizen van Hugenoten ingekwartierd en de bewoners verloren in feite de macht over hun eigendommen.

Lodewijk XIV, een opvolger van Henry IV, verving in 1685 het Edict van Nantes door het Edict van Fontainebleau. Hierdoor werd het openlijk belijden van de protestantse godsdienst een strafbaar feit.

De vervolging van de Hugenoten begon opnieuw. Zij konden kiezen tussen zich bekeren tot het katholicisme of Hugenoot te blijven, maar hun geloof niet meer openlijk te belijden op straffe van arrestatie en confiscatie van al hun bezittingen. De vervolging werd zo heftig dat velen besloten het land te ontvluchten.

Met name in het redelijk rustige en vrije Normandië hadden zich veel Hugenoten gevestigd. Op 27 juli 1687 werden door de Hugenotenjager van Bayeux in Saint-Honorine-des-Pertes, in het huis van de katholieke belastingincasseerder, de heer van Russy, elf Hugenoten ontdekt. Sommigen hadden zich verstopt in grote vaten die op een slaapkamer stonden. Anderen werden aangetroffen in de schoorsteen van de open haard. De deur van de woning werd door een zwaar gewapende bende geforceerd. De heer van Russy werd ter plekke als verrader vermoord. De Hugenoten werden afgevoerd naar de gevangenis. Maar de gevangenissen raakten overvol. Vrouwen werden opgesloten in erbarmelijke omstandigheden in z.g. correctionele woningen. Mannen werden op schepen ondergebracht.

Hoewel het Hugenoten verboden was het land te verlaten, trokken zij met duizenden weg uit Frankrijk. De meesten vluchtten naar Pruisen of Engeland, maar ook de republiek der Zeven Provinciën was een geliefd oord. Zo’n 12.000 Hugenoten kwamen naar Amsterdam, maar ook Leiden en Groningen namen veel protestanten op.

Rond 1700 was ca. 6% van de Amsterdammers Frans. Er waren Franse buurten en kroegen en werd zelfs een Franse kerk gebouwd.

Voor Frankrijk was dit een enorm economisch verlies van ervaring en kapitaal.

Het zou echter nog jaren duren voor de rust was weergekeerd in Frankrijk en de protestanten werden geaccepteerd.