ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

7 juli – De revolutie van de Nu-Pieds.

7 juli – De revolutie van de Nu-Pieds.

De revolutie van de Nu-Pieds werd het hoogtepunt van een reeks emoties die al een tiental jaren aanhield en die de inwoners van Normandië tot in het diepst van hun ziel griefden.

Het begrotingstekort van de regering in Parijs was in 1639 opgelopen tot 172 miljoen. Om dit tekort in de schatkist weg te werken werden allerlei kunstgrepen in de vorm van belastingverhogingen bedacht. Omdat Normandië een van de rijkste en meest zelfstandie provincies was, werd deze het zwaarst getroffen. Telkens wanneer er een nieuwe belasting werd uitgevonden begon men in deze provincie meer en meer te morren. In 1623 protesteerde men tegen de belasting op het verkopen van stoffen. In 1628 en 1634 werd er extra belasting geheven op de productie van leer.

In 1635 werd, vanwege de interventie tijdens de Dertigjarige Oorlog de belastingdruk nog verder opgevoerd, maar de pestepidemieën  verminderden de opbrengsten uit oogsten en handel.

In 1636 werden door de wet van Alençon in deze stad 57 belastingkantoren opgericht, in de regio Caen 93 kantoren en Saint-Lô herbergde 41 kantoren. Ondanks de keiharde incassomaatregelen van de hier gevestigde belastingambtenaren liep de omzet van de kantoren steeds meer terug. In 1639 werden steden gedwongen grote sommen geld te lenen aan de schatkist in Parijs. Rouen moest hiervoor een groot deel van haar vastgoed verkopen. Dit ging samen met de verplichting van burgers een lijst van hun bezittingen op te stellen en een deel daarvan als onroerend goed belasting af te staan.

Maar de druppel die de emmer deed overlopen was de belasting op de zoutwinning. Deze was tot dusver niet belast en veel mensen in Cotentin verdienden hier een behoorlijke broodwinning mee. Vanaf januari 1639 moest een kwart van de opbrengst afgedragen worden aan Parijs.

De situatie liep helemaal uit de hand toen Charles le Poupinel, belasting incasseerder in Avranches op 7 juli 1639 werd vermoord. Normandië was in opstand gekomen. De opstand verspreidde zich snel. Op 13 augustus deden zich in Caen de eerste schermutselingen voor, op 20 en 23 augustus was Rouen aan de beurt. Bayeux volgde op 25 augustus en Coutances op 6 september. De opstand was algemeen en niet meer te stuiten.

De “rebellen” werden aangevoerd door Jean Quetil die, omdat hij altijd blootsvoets liep, de naam Jean de Nu-Pieds kreeg. Onder zijn leiding wist hij bijna de hele bevolking achter zich te scharen, boeren, arbeiders, ambtenaren en zelfs de adel die door de maatregelen vanuit Parijs volledig verarmd was geraakt.

Maar wat nog belangrijker was, Johannes de Doper werd als beschermheilige voor de oproer aangeroepen, waardoor bijna alle Normandische priesters zich achter de opstand schaarden.

De koninklijke macht kon uiteraard deze anarchie in een van haar rijkste provincies niet toestaan. Een leger van 6.000 soldaten en 1.200 ruiters werd in oktober naar Rouen gestuurd. Er volgde een bloedige periode. De leiders van de opstand werden onmiddellijk gedood. Meer dan 200 muiters werden verbannen. Het parlement van Rouen, dat alles had laten gebeuren, werd naar Parijs gevoerd om daar berecht te worden.

In Cotentin verpletterde het leger, onder aanvoering van maarschalk Gassion de rebellen uiteindelijk bij Avranches.

De absolutie monarchie en de centralisatie van de macht waren hersteld ten koste van duizenden doden.