ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

22 mei – Jean de La Varende

22 mei – Jean de La Varende

Jean Marie Mallard Balthasar La Varende was de zoon van een marineofficier. Hij werd geboren op 22 mei 1887 in het familiekasteel in Bonneville. Zijn vader zou enige weken later, op 27 juli, komen te overlijden. Hierop erfde hij de titels van zijn vader en werd Baron de Saint-Denis, Viscount La Varende.

Zijn moeder, die oorspronkelijk uit Bretagne kwam ging terug naar haar geboortegrond in Rennes om de kinderen verder op te voeden. Zijn grootvader, Vice Admiraal Graaf Camille Fleuriot de Langle, zou een behoorlijk stempel drukken op de toekomst van zijn kleinzoon. De jonge La Varende werd door de verhalen van zijn grootvader over zeilen, reizen en ontdekken sterk aangetrokken en ze openden een nieuwe wereld voor hem.

Op zijn twaalfde schreef hij zijn eerste verhaal: De dochter van de jachtopziener. Hoewel bekend is het manuscript later verloren gegaan. Tussen 1900 en 1906 studeerde hij aan het St. Vincent College in Rennes. De invloed hiervan op zijn leven is duidelijk terug te vinden in zijn romans: Geoffroy Nétumières Hay (1908) en The King of Scotland (1941).

Hij wilde, net als zijn vader en grootvader, in dienst treden bij de Franse Marine, maar werd afgekeurd vanwege een vermoedelijke hartkwaal. Daarop schreef hij zich in aan de Ėcole des Beaux-Arts in Parijs.

In 1914, vlak na het uitbarsten van de Eerste Wereldoorlog stierf zijn grootvader. Voor La Varende een groot verlies. Hij meldde zich aan bij het leger waar hij werd ingedeeld als brancardier bij het 18de infanterie regiment Vernon. Na de demobilisatie aan het einde van de oorlog, keerde hij terug naar Normandië, waar hij vervolgens 40 jaar, tot aan zijn dood, verbleef.

Daar zou hij zich ontwikkelen tot productief schrijver en tot, zoals hij het zelf noemde, de schildknaap van de eeltige handen.

In 1919 trouwde hij en ging wonen op het oude familielandgoed op het kasteel de Bonneville. Van 1920 tot 1932 werkte hij als docent aan de School van Roche in Verneul-sur-Avre. In zijn vrije tijd begon hij zijn vervallen tuin opnieuw aan te leggen, realiseerde hij honderden schaalmodellen van schepen uit allerlei tijden en schreef zijn eerste roman die hij in 1927 zelfstandig uitgaf.

Zijn collectie modelschepen was zo indrukwekkend dat de Bernheim Galerie in Parijs er in 1932 een tentoonstelling aan wijdde. Daarna werd alles aangeboden aan de Geographic Society die de collectie in bewaring nam en alles publiceerde in een catalogus: De Honderd Schepen van la Varende.

Hoewel zijn grote verlangen was schrijver te worden, was zijn aanloop hiertoe moeizaam. Hij bood zijn werk aan bij tal van Parijse uitgevers, maar kwam niet verder dan een aantal korte verhalen die werden gepubliceerd in de Mercure de France. De hoofdredacteur, Maugard uit Rouen droeg er toe bij dat de reputatie van La Varende werd gevestigd. Hij publiceerde een serie verhalen, Pays d’Ouche in 1934. Deze sloegen aan bij een groot publiek.

Dezelfde uitgever droeg er zorg voor dat de eerste grote roman van La Varende: Nez-de-Cuir, gentilhomme d’amour in 1936 werd uitgegeven. Zijn uitgeverij Plon droeg zijn roman voor, voor de Prix Goncourt waar hij drie van de vijf te vergeven stemmen haalde.

Dit literaire succes stelde hem financieel in staat het oude familiekasteel te gaan restaureren. Zijn daaropvolgende boeken werden geprezen door critici, vooral in rechtse kringen. In 1936 trad hij toe tot la Sociétée des gens de lettres en op 8 mei van dat jaar ontving hij de Prix des Vikings.

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog, zijn vrouw was net overleden, komt hij in verzet tegen de opstelling van de Franse Vichy regering. Hij laat Frankrijk achter zich en vertrekt naar Nederland. Een paar maanden later heeft hij hier spijt van en gaat terug naar Normandië. Hij begint zijn woede te ventileren in verschillende nieuwe tijdschriften in die tijd. Helaas, de meeste van die tijdschriften worden gezien als collaboratieve bladen. Door deze naïviteit wordt hij een aantal jaren verketterd.

La Varende bleef schrijven. En een eindeloze reeks van verhalen en romans is het resultaat. Onder zijn werken bevinden zich nog steeds een aantal manuscripten die tot nu toe niet zijn uitgegeven. Zijn werk omvat meer dan 200 boeken. Deze hebben allemaal betrekking op Normandië, de zee die het kader vormen van onnavolgbare intriges. Zijn passie voor het zeilen, de lokroep van de zee, maar ook zijn geboortestreek, de priesters op het platteland, boeren en bedienden en de nostalgie van het oude regime vormen een essentieel onderdeel van zijn werk.

La Varende stierf in 1959 in Parijs en werd begraven in het familiegraf van zijn voorouders op de begraafplaats van Chamblac, vlak bij zijn kasteel.