ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

18 mei – Jacques Destouches – de laatste van de Chouannerie.

18 mei – Jacques Destouches – de laatste van de Chouannerie.

Met de Honderd Dagen wordt een periode bedoeld welke ligt tussen 1 maart 1815, de dag waarop Napoleon opnieuw Frankrijk betrad na zijn vlucht van Elba en 7 juli 1815, waarop hij definitief werd verslagen bij de Slag van Waterloo.

Er was al enige tijd sprake van grote onrust in Frankrijk. Onder de naam Chouannerie woedde er sinds 1792 een opstand. De eerste revolte werd uitgevoerd door de Bretonse Associatie. Deze wilden de monarchie verdedigen en de bijzondere wetten die in 1789 door de Engelsen waren ingesteld terug draaien. Meer in het bijzonder, een groot deel van de bevolking in het westen van Frankrijk keerden zich tegen de nieuwe grondwet waarin de geestelijkheid enorme privileges kregen.

De eerste schermutselingen braken uit in 1792 en werden uitgevoerd door de boerenbevolking. Het werd vervolgens een guerrilla die zich al snel uitbreidde in de provincies Bretagne, Vendée, Maine, Anjou en Normandië en tenslotte werden het heuse veldslagen die eindigden in een overwinning voor de republikeinen in 1800.

Andere, minder grote conflicten speelden zich af in Aveyron en Lozère en werden beschreven als de kleine Chouannerie.

Een kleine Chouannerie brak opnieuw uit in 1815 en werd de Honderd Dagen oorlog genoemd. Deze groeide later uit tot de royalistische opstand in 1832.

Sfeerbeeld uit de Honderd Dagen

Op 9 februari 1780 werd in Granville Jacques Destouches geboren. Hij was de zoon van een vooraanstaand bestuurder in de stad. Bij het uitbreken van de revolutie omarmde Destouches Sr. de partij van de Chouannerie, hoewel die zich nog voornamelijk afspeelde in Vendée en Bretagne en Cotentin nog niet echt had bereikt.

Zoon Jacques volgde zijn vader op als leider van de opstand tot hij tijdens een van zijn overtochten van Jersey naar Granville verraden werd door een matroos. Hij werd in de nacht van 3 op 4 juli gearresteerd en overgebracht naar Avranches. Destouches werd op 19 jarige leeftijd ter dood veroordeeld. Met behulp van een kleine commandogroep van Chouans, die een gedurfde actie uitvoerden, wist hij te ontkomen en vluchtte naar Londen.

Hij reisde veel heen en weer tussen Engeland en Normandië, waarbij hij het eiland Jersey als pleisterplaats gebruikte. Van hieruit lanceerde hij aanvallen op Frankrijk, in eerste instantie om Granville, zijn geboorteplaats in te nemen. Later gingen zijn tochten verder en hij werd de grote verlosser van Caen genoemd. Hij bleek een geniaal strateeg te zijn.

Maar geestelijk begon zijn gezondheid hem in de steek te laten. Hij begon links en rechts niet onderbouwde beschuldigingen te uiten waardoor er onrust ontstond in de royalistische gelederen.  In 1808 begonnen de Britse autoriteiten zich vragen te stellen en namen het besluit zich van Destouches te ontdoen. Hij werd tewerkgesteld op de zeeroute naar Canada maar aan boord verslechterde zijn geestelijk vermogen. Hij werd terug gebracht naar Engeland en na grondig onderzoek werd hij als ongeneeslijk ziek opgenomen in het beroemde krankzinnigen gesticht Bedlam in Londen waar hij verbleef tot 1823.

Hier wist hij een aantal keren te ontsnappen en in 1826 keerde hij terug naar Normandië waar hij zijn oude positie, blijkbaar genezen, weer in wilde nemen. Maar de grote verlosser van Caen zou hij nooit meer worden. Destouches bleek inderdaad ongeneeslijk ziek. Hij werd geïnterneerd in de inrichting Bon Saveur in Caen waar hij, tot aan zijn dood op 18 mei 1858, verbleef.

Barbey d'Aurevilly

Jules-Amédée Barbey d’Aurevilly was een Frans criticus en romanschrijver. Zijn kritieken waren agressief en in zijn scheppend werk protesteerde hij tegen “de geest van de eeuw”. In zijn romans overheersten de romantiek en het neigde naar satanisme.

In 1856 besluit Barbey d’Aurevilly een boek te schrijven over Destouches. Hoewel hij hem alleen kende van verhalen, besloot hij zijn held op te zoeken. In een realistische en romantische stijl schildert hij de ontmoeting. Hij was gekleed als een zeeman. Ondanks de leeftijd van 76 jaar gaf hij de indruk van een sterk persoon. Maar hij zat op een stenen bank, ten prooi aan de demonen uit zijn verleden. Een triest beeld van melancholie en slachtoffer van het lot.