ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Denise.

Denise.

Ze was nu vijfenzeventig. Haar hele leven had ze voor anderen gezorgd. Eerst voor haar ouders die een schamele boerderij bezaten. Hier maakte ze kennis met haar man, een rondreizende hoefsmid in Normandië. Hij werd in zijn rug getrapt door een paard en kon zijn beroep niet langer uitoefenen. Om toch maar iets te doen te hebben besloot hij te gaan drinken. Het maakte van hem een lastig, opvliegend maar toch vooral een afhankelijk mens.

Denise moest hard werken om haar twee dochters groot te brengen. Zij verzamelde appels voor ciderbereiding, plantte en rooide wortels in de omgeving van Lessay en bewerkte de aarde om van haar ene dochter een apothekersassistente te kunnen maken en de andere aan een zelfstandige charcuterier te kunnen slijten.

Haar man overleed. Ze bleef alleen achter en besloot haar huisje te verkopen. Het geld zette ze op de bank. Dat was bestemd voor haar dochters als erfenis. Ze leefde verder van het minimum inkomen dat de Franse staat aan nutteloze ouderen verstrekt. Ze huurde een klein appartementje.

Langzaam maar zeker werd Denise stokdoof. Je kon alleen nog maar met een pen en een schrijfblokje met haar communiceren.  Dat ging goed. Maar toch, na een leven van hard labeur bleef ze arm en eenzaam achter.

Haar dochters woonden in Coutances en waren redelijk welgesteld. ’s Winters, wanneer het echt koud werd aan de kust, vertrok ze voor vier maanden naar de “grote stad”. Ze woonde dan afwisselend twee maanden bij de ene, daarna bij de andere dochter met haar schrijfblokje en haar vermoeide uiterlijk.

Vorige winter merkte ze dat ze bij haar schoonzoons niet zo welkom was. Ze kreeg een stevige verkoudheid en ze brachten haar onder in het ziekenhuis met het verzoek aan de artsen haar daar zou lang mogelijk te houden. Op dat moment stortte het wereldje van Denise helemaal in. Ze snapte het niet. Haar hele leven had ze voor anderen klaar gestaan, gewerkt voor haar man, dochters en medemensen, en nu werd ze zo afgedankt.

Ze trok zich terug op haar kamertjes in haar kleine plaatsje aan de kust en was eenzamer dan ooit in haar totale doofheid. Ze schreef haar dochters een brief dat ze haar nooit meer op moesten komen halen. Ze nam zich voor een einde te maken aan haar afgedankte leven. Ze had het glas water en de pillen al klaar staan.

Drieënzeventig jaar had ze altijd aan anderen, maar nooit aan zichzelf gedacht. Nu lieten die anderen haar in de steek. En plots kwam ze hevig in opstand. Ze wilde eigenlijk helemaal niet dood, ze wilde nog uit het leven halen wat er in zat. Leven voor zichzelf en genieten van de dingen die ze nooit had gehad.

Ze stapte naar de bank en haalde de € 30.000,- die bedoeld waren voor haar dochters van de  spaarrekening. Ze kocht een televisie en oorbellen en ging naar de kapper en een schoonheidssalon.

Elke dag dronk ze een paar glazen goede wijn en besteedde haar geld aan jurkjes die ze tot voordien alleen in advertenties had gezien. ’s Morgens at ze bij de bakker een eclairtje of een punt flantaart en dronk een petit café. Ze deed voortaan waar ze zin in had met een opstandige blik in haar ogen. Het dorp, waarvan zij dacht dat de inwoners haar zouden veroordelen, zweeg. Ze gaven haar gelijk!

Denise besloot de laatste wens van haar man in vervulling te doen gaan. Op zijn sterfbed, ruim twintig jaar geleden, had hij haar bijna opgedragen opnieuw te trouwen. Ze was te jong om alleen te blijven.

Ze plaatste een contactadvertentie in Ouest France en omschreef zich als een fatsoenlijke vrouw met zachtaardig karakter die goed kon koken. Weliswaar doof, zodat communiceren alleen via haar schrijfblokje kon. Maar ze zocht nog wat vreugde in haar leven met een man die geduldig was en samen met haar van wandelingen kon genieten.

Er kwamen reacties uit alle delen van West Frankrijk, van Pas de Calais tot Aquitaine, van Amiens tot Bordeaux. Allemaal eenzame oude mannetjes die met een schrijfblokje geen probleem dachten te hebben.

Daar was ook een reactie bij van een ouder heertje uit het naburig dorp twee kilometer verderop. Denise nodigde hem uit de volgende zondag bij haar te komen eten. Ze liet zich optutten bij de kapper en was de hele morgen druk met kaas, worst, wortelen, prei en andere plaatselijke heerlijkheden. Hij moest verwend worden.

Hij stapte binnen, leunend op een stok, in zijn zondagse pak met een wat verlegen glimlach op zijn gezicht en Denise vond hem aardig. Tijdens de maaltijd verhaalde hij zijn hele leven op haar schrijfblokje. Hij was geduldig en toen hij vertrok kuste hij haar voorzichtig op haar beide wangen.

Hij heeft een tuin, zij een televisie. ´s Middags zitten ze in zijn tuin en ´s avonds kijken ze bij haar naar de TV. Als ze iets niet begrijpt schrijft hij op haar schrijfblokje waar het over gaat.

Ze vormen nu een koppeltje. Heel langzaam sloffen ze hand in hand door het dorp. Ze genieten van de zon, samen op een bankje en zijn tevreden. Het dorp glimlacht als zij hen zien.

Het mannetje heeft zijn neven, die niet meer naar hem omkeken toen hij eenmaal zijn ciderboerderij aan hen had verkocht, niet meer nodig. Denise hoeft haar dochters niet meer te zien. Ze leven nu voor zichzelf en voor elkaar. Eindelijk kunnen ze dingen doen die ze willen. Ze lopen langs landweggetjes waar ze als kind speelden. Ze ontbijten met warme croissants, om half elf bij de bakker een eclairtje en koffie. Elke maand gaan ze naar de kapper en ze zien er keurig uit.

In hun oude ogen rust nu een diepe dankbaarheid. Het schrijfblokje wordt steeds weer opnieuw gevuld met de meest waarlijk gemeende en zoete liefdesbriefjes.