ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Normandië en de Tweede Wereldoorlog

Dwight. D. Eisenhower

Generaal Rommel

De Atlantic Wall
Wie aan Normandië denkt, komt in gedachten onmiddellijk uit bij de landing van de geallieerden die een einde maakte aan de Tweede Wereldoorlog. Op deze site kunnen we dan ook nauwelijks om deze historische periode heen. Naast de geschiedenis in een notendop, zullen we een opsomming geven van musea en historische plaatsen welke rechtstreeks zijn ontstaan als gevolg van heldenmoed en opoffering van mensenlevens.

Normandië de ideale plaats?

Het besluit om een omvangrijke landingsoperatie op het Europese vasteland uit te voeren, werd in 1943 genomen. Dit gebeurde tijdens de Conferentie van Québec in Canada. Aan de operatie werd de naam “Operatie Overlord” gegeven. Vanaf dat moment begon in het diepste geheim de voorbereiding voor de grootste slag die ooit in een oorlog werd uitgevochten en bepalend was voor de vrijheid van Europa.

De Amerikaanse generaal Eisenhower kreeg het opperbevel over de operatie en zou hierin worden bijgestaan door de Engelse veldmaarschalk Montgomery. Deze laatste was belast met de invulling van het operatieve deel van de landmacht. Historisch zijn de meningsverschillen tussen beide krijgsheren.

De verwachting van het Duitse opperbevel was dat een eventuele landingsoperatie plaats zou vinden op de noordkust van Frankrijk in de omgeving van Calais. Immers, daar was de afstand tot de Engelse zuidkust het kleinst.
Eisenhower deed hier zijn eerste verassende zet. Hij plande zijn landing aan de baai van de Seine. Hij ging daarbij uit van het verrassingseffect van een landing aan de kust van de Pais de Calais, in plaats van landing aan de kust van het zwakker verdedigde Zuid Normandië.
Wel was er één logistiek probleem. Er was in dat gebied een gebrek aan havens. Maar dit zou kunnen worden opgelost door de aanleg van twee kunstmatige havens. De eerste zou worden geconstrueerd bij Arromanches, tussen Tracy en Asnelles aan het meest westelijke gedeelte van het aan de Britten toegewezen gebied.
De tweede zou worden aangelegd bij Omaha Beach, gelegen in de Amerikaanse zone.
Besloten werd dat de luchtmacht en de marine vlak voor de landing van de eerste troepen de verdediging van de Duitsers zouden verstoren met zware bombardementen op de bunkers van de Atlantische Muur. Speciale eenheden, geholpen door amfibievoertuigen, mijnenvegers en vlammenwerpers, zouden de aanvallers steunen op het moment van het inzetten van het offensief.

6 juni, niet toevallig.

Een reeks van factoren waren uiterst belangrijk bij het bepalen van een juiste datum en tijdstip voor het inzetten van de landing en aanval.

De Duitse veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de verdediging van Nederland tot aan de Loire, ging er steeds van uit dat een eventuele landing door de geallieerden bij hoogtij plaats zou vinden. Om die reden had hij de stranden overdadig voorzien van allerlei obstakels die bij hoogwater onzichtbaar waren.
De aanval moest dus precies tussen hoog- en laagwater plaats vinden zodat de landingsvaartuigen de obstakels zouden kunnen ontwijken.
De luchtmacht was genoodzaakt om bij volle maan te vliegen om de para’s en de zweefvliegtuigen op de juiste plaatsen te kunnen droppen.
De marine tenslotte, moest drie kwartier voor het uur U de Duitse verdediging bombarderen. De beste tijd daarvoor was in de vroege ochtend. Dan zouden de doelen het best te lokaliseren zijn.

Deze drie vereisten; het tij halverwege de vroege ochtenduren, heldere nacht en volle maan, komen slechts een paar dagen per maand voor. Omdat deze situatie zich voordeed op 5 juni 1944 besloot Eisenhower Operatie Overlord plaats te laten vinden op 5 juni, met een eventuele uitloop van twee dagen.

Door bijzonder slechte weersomstandigheden op het Kanaal was men gedwongen de operatie uiteindelijk op 6 juni, ondanks niet optimale weersomstandigheden, door te laten gaan.
Deze datum werd hierdoor een mijlpaal in onze moderne geschiedenis.

De Atlantische Muur was een enorm verdedigingswerk, waarmee werd begonnen in 1942. Het project werd uitgevoerd de het bouwbedrijf Organisation Todt. Ondanks de voortdurende druk die Veldmaarschalk Rommel uitvoerde op bespoedigen van het werk, was de Muur in 1944 bij lange na niet af.

Luchtlandingstroepen, klaar voor het gevecht
De bedoeling was dat de kustlijn van de Noordzee, via het Kanaal tot aan de Golf van Biskaje verdedigd zou worden door ca. 15.000 bunkers. Voor dit karwij werden 450.000 (al dan niet vrijwillige) arbeiders ingezet. 11 miljoen ton beton en 1 miljoen ton staal waren nodig voor de aanleg van de Muur. In tegenstelling tot wat de Duitse propaganda iedereen wilde doen geloven, was de Muur geen ononderbroken verdedigingslinie. In feite bestond ze uit vier linies. Forten, batterijen met kustgeschut, bunkers bij de stranden en obstakels en hinderlagen op de stranden en in het achterland.
Achter de Muur had Rommel troepen geconcentreerd met een totaal aan 700.000 manschappen. In zuid-Normandië waren ongeveer acht Duitse divisies gelegerd.

Ook nu nog zijn langs de Normandische kust talloze resten, al dan niet in goede staat, zichtbaar van de Atlantische Muur.

De luchtlandingen.

De invasie begon in de nacht van 5 op 6 juni met het droppen van drie luchtlandingsdivisies. Zij moesten landen boven de twee vleugels van het front. Tot de taak van de Amerikaanse parachutisten in de omgeving van Carantin – Sainte-Mère-Église, en de Britten bij Ranville behoorde het innemen van een aantal sleutelpunten zoals artilleriebatterijen, bruggen, wegen en sluizen. Later lukte het de Amerikaanse Rangers via een bijzonder gewaagde aanval het zwaar versterkte Pointe-du-Hoc in te nemen.

Ten oosten van de monding van de Orne ligt een vrij vlak gebied dat in verbinding staat met de vlakte van Caen en de moerassen van de Dives. In 1944 was dit moerasgebied door de Duitsers bewust onder water gezet.

Juist op deze plek werden in de nacht van 5 op 6 juni de soldaten van de Britse 6de Airborndivisie van generaal Gale gedropt. Hun taak bestond er uit een stelling te betrekken in deze zone. Deze lag aan de linkerflank van de landingszone. Zij moest de landingstroepen beschermen tegen tegenaanvallen van de Duitsers bij het aan land komen van de geallieerden.

De Amerikanen hadden een gelijkaardige taak. Zij werden gedropt in het gebied rond Utah-Beach op de westelijke flank van de landingszone. Het geallieerde opperbevel besloot om in de nacht voor de landing, twee Amerikaanse parachutistendivisies te droppen. Zij moesten Duitse tegenaanvallen stoppen.
De 101ste airborn stond onder leiding van generaal Taylor. Zijn ploeg moest de stranden achter Utah-Beach veilig stellen. Ook de bruggen en het belangrijke verbindingsknooppunt rond Carentan moest door hen worden ingenomen.
De 82ste Airborn van generaal Ridgeway moest zich concentreren op Sainte-Mère-Église en de bruggen over de Merderet.

Landing op Omaha Beach

Landing op Utah Beach

Landing op Sword
De landing en daarop volgend de slag om Normandië.

In de vroege ochtend van de 6de juni, tussen 06:30 en 07:30 uur, landen 135.000 mannen en 20.000 voertuigen op de vijf uitgekozen stranden. Hun codenamen zijn nu wereldberoemd; Utah, Omaha, Gold, Juno en Sword.
De voorgenomen doelen op de avond van D-day waren Caen, Bayeux, Isigny en Carentan. Hoewel deze doelen niet werden bereikt, kon men toch spreken van een succes. De verliezen waren minder dan waar men in eerste instantie rekening mee had gehouden, met uitzondering van Omaha-Beach (Colleville – Saint-Laurent – Vierville) waar het bruggenhoofd zwak bleef ondanks de moedige inspanningen van de Amerikanen. De stranden hoefden na de eerste dag alleen nog maar met elkaar verbonden te worden en de Duitse tegenaanvallen afgeslagen.

Toch zou de slag om Normandië veel langer duren dan door de geallieerde strategen was gepland. Bijna drie maanden waren nodig.
De slag om de uitbreiding van het bruggenhoofd was uiteindelijk beslecht in tien dagen. De haven van Cherbourg, van levensbelang voor de aanvoer van materieel viel eind juni na bijzonder zware gevechten in handen van de bevrijdingstroepen. Maar nu begonnen de echte moeilijkheden pas goed!

Voor de geallieerden is juni de donkerste maand. De Britten en Canadezen werden ruim op afstand gehouden van Caen door Duitse tankdivisies. De stad werd pas op 19 juli bevrijd. Ondertussen liepen de Amerikanen vast in het heggenlandschap van Cotentin, (slag tussen de hagen). Zij ondervonden de grootste moeilijkheden en konden de stad Saint-Lô eindelijk pas op 18 juli in nemen.

De grote verandering trad op aan het einde van de maand juli door het succes van Operatie Cobra. De Amerikanen doorbraken zonder pardon de Duitse verdediging en konden oprukken naar Bretagne en de Loire.
Begin augustus deden de Duitsers op bevel van Hitler nog een tegenaanval bij Mortain. Deze zogenaamde contra-attack mislukte en de Duitse legereenheden werden voor een groot deel vernietigd. Het restant werd bedreigd met omsingeling in de Zak van Falaise aan het einde van dezelfde maand.
De overlevenden stond niets anders te doen dan Normandië te verlaten, de Seine over te steken en terug te keren naar Duitsland.

De Amerikanen.

De gedropte en gelande Amerikaanse troepen hadden na 6 juni als belangrijkste opdracht de haven van Cherbourg te veroveren. Deze haven was van essentieel belang voor de logistiek.

Het duurde tot 19 juni voor ze het schiereiland Cotentin volledig wisten te ontsluiten. Op 26 juni viel Cherbourg uiteindelijk in Amerikaanse handen.
Daarna wendden zij hun offensief in Zuidelijke richting. Er volgden bloedige en moeilijke gevechten. De “Slag tussen de hagen” eiste een zware tol. Ondanks het geweldige potentieel van 700.000 manschappen slaagde zij er pas op 18 juli in, Saint-Lô in te nemen.

Generaal Patton
Het totale kerkhof
Hierop namen de generaals Bradley en Patton aan het hoofd van het 1ste en 3de leger op 31 juli Avranches in dankzij een doorbraak van de Duitse linies. Ze trokken Bretagne in en draaiden af naar het oosten. Met de steun van de inmiddels aangekomen Franse 2de tankdivisie werd Alençon ingenomen en namen ze deel aan de sluiting van de “Zak van Montormel”.

De Engelsen en de Canadezen.

De Britse en Canadese strijdmacht trok zodra ze geland waren, meteen in zuidelijke richting met als hoofddoel Caen. De papa’s en de luchtlandingelementen van de 6de divisie namen stelling om de oostflank van het front veilig te stellen.

Een grote concentratie van Duitse tankdivisies belemmerde de opmars en doorbraak van de Britten en een meedogenloze strijd speelde zich af tussen Bayeux en Caen. Het stadje Tilly-sur-Seulles werd een groot aantal keren veroverd, terug ingenomen door de Duitsers en opnieuw veroverd. Op “punt 112” ten westen van Caen werden uiterst zware gevechten geleverd die talloze levens kostten. Caen werd tenslotte in delen tussen 9 en 19 juli ingenomen.

Maar de strijd ging verder. Met een enorme verbittering werd gevochten om het gebied de Falaise te veroveren. De kleine 30 kilometer die Caen van Falaise scheidden, kostten talloze levens. De stad valt pas op 17 augustus, kort voordat de “Zak van Montormel” werd afgesloten met de steun van de 1ste Poolse tankdivisie welke begin augustus in Arromanches was geland.

De 6de luchtlandingsdivisie, inmiddels aangevuld met twee Nederlandse en Belgische brigades trok naar de Côte de Fleuri, waar eind augustus de badplaatsen Deauville, Trouville en Cabourg werden bevrijd.

De ontknoping.

De Duitsers probeerden tevergeefs een deel van het leger van Generaal Patton te isoleren. Zij lanceerden de z.g. Contra-attack bij Mortain. Deze aanval mislukte en gedecimeerd en gedemoraliseerd begonnen zij zich terug te trekken en begon de aftocht richting Seine. De Britten, Canadezen, Polen, Nederlanders en Belgen in het noorden en de Amerikanen en Franssen van Leclerc vanuit Alençon in het zuiden omsingelden de restanten van twee Duitse legers bij Falaise-Chambois, dat de geschiedenis inging als het Corridor van de Dood.

Feitelijk eindigde de slag om Normandië op 21 augustus 1944 bij Tournai-sur-Dive. De geallieerden hadden hun eerste definitieve overwinning of het Europese vasteland behaald. Drie dagen later staken ze de Seine over en trokken op naar Parijs.
Generaal Eisenhower merkte tijdens een bezoek aan het slagveld op dat overal hopen lijken van mensen en dieren lagen. Verspreid over vele tientallen kilometers lagen uitgebrande voertuigen en restanten van de veldslag. Verwoeste huizen en complete dorpen deden de rest van het verhaal.
Ontroerd sprak Eisenhower: “Dit was één van de gruwelijkste slachtpartijen van de oorlog”.

Normandie, het offer voor de bevrijding van Europa.

“Ongeveer 14.000 gedode burgers. Caen, Lisieux, Coutances, Saint-Lô en andere steden zijn volledig verwoest. Vredige dorpjes zijn van de kaart geveegd. Economische bedrijvigheid rijkelijk verstoort. Kunstzinnige en culturele schatten zijn voor eeuwig verdwenen. Normandië zal de sporen van de oorlog nog lang dragen.
Normandië is het losgeld geweest van de nationale bevrijding. Het is belangrijk dat dit feit als zodanig wordt erkend, dat aan de herdenking het offer van jonge mannen uit overzeese gebieden – die voor eeuwig in het door hen bevrijde Normandië rusten – het offer van een hele streek en zijn inwoners verbonden wordt”.

Jean Quellien

Op de links kunt u bijzonderheden over de belangrijke plaatsen en musea vinden.

Dit deel van de website is tot stand gekomen door documentatie van de Vereniging Normandie Memoire. Deze vereniging werd in 2002 opgericht op initiatief van de provincieraad van Bass-Normandie. Haar taak is het vereeuwigen van de herinneringen aan de gebeurtenissen rond de landing op 6 juni 1944 en daarop volgend de slag om Normandië.
De doelstelling van de vereniging is:
• Een actieve rol spelen in herdenkingsplechtigheden;
• Het ontwikkelen en bekendheid geven aan historische plaatsen van de slag om Normandië;
• Het garanderen van de historische waarheid.

Meer informatie over deze geweldige vereniging kunt u vinden:

Association Normandie Mémoire
88 rue Saint Martin
14000 Caen
Tel: 00 33 2 31 94 80 26
Fax: 00 33 2 31 94 84 07
info@normandiememoire.com
www.normandiememoire.com