ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Historie van Normandië

De historie van Normandië gaat terug tot in het stenen tijdperk. Elke periode heeft haar eigen kenmerken. Maar vast staat dat Normandië de bakermat is van het Europa dat we nu kennen.

De oudste tijd.

Normandië werd in de vroege oudheid al bewoond. Er zijn tal van opgravingen gedaan die verwijzen naar de steen- en bronstijd. Diverse gereedschappen en delen van wapens zijn door heel Normandië gevonden. Weliswaar zijn de meeste stukken gevonden langs de Seine in de streek rond Rouen, doch ook aan de kust bij Créance en Pirou zijn veel opgravingen verricht.

Afbeeldingen van opgravingen

Rond 2.000 v.Chr. waren het Grieken en Feniciërs die als eersten van overzee Normandië aandeden. Een kleine vorm van handel ontstond hieruit welke later totaal verdween.

Ten tijde van de Romeinen trokken in 56 v.Chr. de troepen van Caesar de streek binnen. De Keltische stammen (Galliërs) die tijdens die periode in de streek leefden namen al snel de taal en de cultuur van de bezetters over en raakten volledig geromaniseerd. Hun welvaart nam snel toe en al in de 4de eeuw lagen de grenzen van het huidige Normandië min of meer vast.

Julius Caesar

In de 5de eeuw trad het verval van het West-Romeinse Rijk in. Dit had een tijd van verwarring en volksverhuizingen tot gevolg. In deze eeuw vestigden zich nieuwe stammen in Normandië. De Franken werden uiteindelijk de belangrijkste stam. Zij stichtten het koninkrijk Neustrië waarvan Clovis omstreeks 500 koning werd. Clovis had zich tot het christendom bekeerd. Vanuit deze periode dateren de eerste abdijen en kloosters gesticht. Langzaam maar zeker was Neustrië katholiek aan het worden. Er trad een periode van redelijke rust in die duurde tot 820, het jaar waarop de Noormannen met hun strooptochten begonnen.

Clovis, koning der Franken

 

Rollo.

De Noormannen stroopten voortdurend de Frankische kust af en voeren ver landinwaarts via de Seine, de Schelde en de Somme. De uitvalsbasis van Rollo was Honfleur.

Na een lange periode van strooptochten, brandstichting en plunderingen besloot Vikingleider Rollo, oorspronkelijk Hrôlfr, zijn zwerversbestaan op te geven en hij vestigde zich in Rouen. Het kostte hem geen moeite zich te verzekeren van de heerschappij over het grootste deel van Neustrië.

Dat hem ernst was deze streek volkomen tot zijn eigendom te maken bleek uit het feit dat hij in 890 de graaf van Bayeux aanviel. Hij roofde diens dochter, waar hij later mee trouwde. Toch bleef Rollo een persona non grata in de regio die door het verblijf van Rollo onrustig bleef.

Karel de Eenvoudige

Het was uiteindelijk Karel de Eenvoudige, ook wel de simpele genoemd, die de rust heel simpel wist te herstellen. Hij besloot in 911 de status van Rollo te erkennen. Bij het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte benoemde Karel, de ex Viking tot Robert I, hertog van Normandië. Robert I noemde de streek voortaan Normandië, naar zijn eigen afkomst. Hij werd heerser over de kust van Neustrië vanaf de Somme tot de noordelijke kust van Bretagne. Normandië groeide onder zijn leiding uit tot een machtige een welvarende staat.

Rollo overleed in 931 en werd in de kathedraal van Rouen begraven.

Graf van Rollo in Rouen

Willem de Veroveraar.

Willem I de Veroveraar werd vermoedelijk in de herfst van 1028 geboren in het kasteel van Falaise, Normandië. Dit als zoon van Robert van Normandië en Herleva van Falaise, de dochter van een leerlooier genaamd Fulbert.

Zijn vader, ook wel Robert de Duivel genoemd, was hertog van Normandië. Omdat hij diens bastaardzoon zoon was werd hij tot 1066, het moment dat hij Engeland veroverde, ook wel Willem de Bastaard genoemd. Nadat zijn vader in 1035 was overleden volgde Willem hem op als hertog van Normandië. Zijn positie stond echter onder druk. Lang niet alle edelen waren er blij mee dat de hertog werd opgevolgd door een bastaardzoon. Na een door Willem I gewonnen slag bij Val-ès-Dunes (1047) werd hij meer gewaardeerd en wist hij zijn effectief gezag in het hertogdom te vestigen. Willem voerde zowel op politiek als kerkelijk gebied hervormingen door.

Willem de Veroveraar was op 28 september 1066 zonder enige tegenstand geland bij Pevensey in Engeland. Hij had de beschikking over ruim 700 schepen, volgeladen met manschappen, paarden en materieel. Daarmee wilde hij zijn rechten op de Engelse troon doen gelden.

Willem de Veroveraar

Hij viel Engeland binnen waar hij na verwoede strijd tijdens de slag bij Hastings, zich tot koning liet kronen. Uit liefde voor Normandië liet hij tal van kerken en abdijen bouwen waarvan er nog talloze bestaan en te bezichtigen zijn. Na zijn dood in 1087 was Normandië afwisselend in Franse of in Engelse handen. Uit dit alles mag men gerust opmaken dat Normandië een belangrijk stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van Europa. Meer over Willem de Veroveraar op: http://ma-deuxieme-vie.com/frankrijk/1/1550/0/over-frankrijk-beroemde-en-vermaarde-fransen-willem-de-veroveraar

 

Maltezer Ridders en de welvaart.

 

De orde vond haar oorsprong in een hospitaal in de wijk Muristan in Jeruzalem. Dit ziekenhuis was gewijd aan Johannes de Doper. Het hospitaal werd gebouwd in 1023 en ingericht voor de verzorging van de vele noodlijdende pelgrims die naar Jeruzalem kwamen.

De oprichting was door kooplieden uit Amalfi financieel mogelijk gemaakt en werd in eerste instantie geleid door Benedictijnen.

90 jaar later, in 1113 maakten de hospitaalbroeders zich los van de Benedictijnen  en verenigden zich in een eigen orde. Ze legden geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Paus Paschalis II bevestigde hen in hun orde en hun bezit. Dit was het ontstaan van de Maltese ridders, voluit de Orde van Soevereine Militaire Hospitaalridders van Sint John van Jeruzalem, Rhodos en Malta.  Als teken voor hun orde kozen ze voor de Maltese achtpuntige ster.

Achtpuntige ster van Malta

De doelstellingen van de nieuwe orde was de bescherming en verpleging van pelgrims. Dat bleek later een bijna militaire zaak te worden. Raymond du Puy de Provence, de tweede grootmeester van de orde nam de reorganisatie ter hand.

Ridders vervulden voortaan de beschermende, militaire taak;

Kapelaans stonden in voor de zuivere geestelijke en priesterlijke taken;

De dienende broeders namen de verzorgende en huishoudelijke taken op zich.

Door deze reorganisatie werd de orde een ridderorde.

 

Onder aanvoering van Godfried van Bouillon kwamen grote aantallen kruisvaarders naar Jeruzalem. Zij schonken het hospitaal vele goederen als dank voor de opvang en verzorging van hun zieken en gewonden. Daardoor beschikte het hospitaal en de orde al snel over tal van goederen en bezittingen in het Heilige Land, Klein Azië en Europa.

Dit bezit nam steeds grotere vormen aan. Een bezit dat later nog werd uitgebreid doordat een belangrijk deel van de Orde van Tempeliers aan de Maltezer Ridders werd geschonken.

Koperwinkel in Villedieu

Omstreeks 1130 schonk Henri Beauclerc I, koning van Engeland en graaf van Normandië een klein gehucht aan de Maltezer Ridders. De naam van het gehucht was Siennêtre. De naam werd al snel omgedoopt in Villedieu les Saultchevreuil. De eerste commanderij van de Maltezer Ridders in Normandië was daarbij een feit.

Maar hierbij werd een groot raadsel geboren. Minder dan twee eeuwen later was de meest dynamische koperindustrie van Europa in Villedieu ontstaan. Maar merkwaardig genoeg, in heel Europa werd geen koper gewonnen.

De vraag is, welke mysterieuze rol hebben de Maltezer Ridders bij de tot stand koming van deze industrie, die zich meer en meer uitbreidde, gespeeld. Een uitbreiding die er toe leidde dat de naam van het inmiddels tot stad uitgegroeide gehuchtje, werd veranderd in Villedieu les Poêles (Stad van God en de kookpotten). De naam die aan de inwoners werd gegeven was: “Les Soudins”, de doven. Vanwege het lawaai dat het koper drijven met zich meebracht raakten veel bewoners ook echt gehoorgestoord.

 

De enorme productie van koperen potten, klokken en andere huishoudelijke artikelen zorgden voor een indrukwekkende export. Nieuwe wegen en waterwegen werden aangelegd op de producten naar Duitsland en de Nederlanden te kunnen vervoeren. De ontsluiting en de logistiek van Normandië zijn dus voor een groot deel te danken aan de Maltezer Ridders.

 

Honderdjarige oorlog.

Hoewel Normandië zeker een bepaalde mate van welvaart onderging, betekende dat niet dat de regio een rustig bestaan zou leiden. Tussen 1337 en 1453 werd een reeks oorlogen gevoerd die zich uitstrekten over heel Frankrijk maar Normandië in het bijzonder trof. Deze reeks van oorlogen staan bekend als de Honderdjarige Oorlog.

De oorlogen werden gevoerd tussen het Huis Valois en het Huis Plantagenet, ook bekend als het Huis Anjou. De inzet was het verwerven van de Franse troon welke vacant was gekomen door het uitsterven van het Huis Capet, de eerste lijn in opvolging voor het Franse koningschap.

Engelse ridders tijdens de 100-jarige oorlog

Valois maakte aanspraak op de Franse kroon terwijl de Plantagenets aanspraak maakten op zowel de troon van Engeland als die van Frankrijk. De koningen van Plantagenet waren de heersers over Engeland in de 12de eeuw. Zij hadden hun wortels in de gebieden Normandië en Anjou.

Het conflict duurde uiteindelijk 116 jaar, weliswaar onderbroken door kleine periodes van vrede. Het werd uiteindelijk beëindigd door het verdrijven van de Plantagenets uit Frankrijk. Het grootste deel van de oorlogen werd uitgevochten in Normandië waar de Engelse en de Franse legers het dichts bij elkaar stonden.

Het huis Valois mocht zich tot winnaar uitroepen, maar Valois was door de oorlogen nagenoeg geruïneerd. De Plantagenets hadden zichzelf op afschuwelijke wijze weten te verrijken door plundering.

Frankrijk had sterk geleden onder de oorlog waarvan het grootste deel zich afspeelde in Normandië. De bevolking van dit deel van Frankrijk was meer dan gehalveerd aan het einde van de oorlog. Uiteindelijk was beslissend voor het einde van de oorlog het trage verval van de Plantagenets na de verschijning van Jeanne d’Arc tussen 1412 en 1431. Zie: http://ma-deuxieme-vie.com/frankrijk/1/1391/0/over-frankrijk-beroemde-en-vermaarde-fransen-jeanne-darc

Jeanne d'Arc

Van historisch belang zijn een aantal factoren. In de eerste plaats ging de oorlog om macht tussen twee dynastieën. Maar daarnaast gaf ze voeding tot nationalistische ideeën, zowel van Franse als van Engelse kant.

Op militair vlak was het verantwoordelijk voor de invoering van nieuwe wapens en technieken. De eerste beroepslegers in West Europa sinds de tijd van het West Romeinse Rijk werden ingevoerd waardoor de rol van ridders verdween.

Hierdoor, maar ook de lange periode van oorlog wordt de Honderdjarige Oorlog gezien als een van de belangrijkste conflicten in de geschiedenis van de middeleeuwse oorlogsvoering. Door opstanden, epidemieën, hongersnood, plunderende beneden van (huur)soldaten werd de bevolking van Normandië sterk gedecimeerd en het duurde jaren voor de geleden schade was hersteld.

 

Bezetting en Tweede Wereldoorlog

Na 1450 trad opnieuw een periode van betrekkelijke rust. Normandië bleef onder Frans bewind tot aan de Tweede Wereldoorlog. Er werd gewerkt aan de wederopbouw van het gebied. Op landbouwgebied ontwikkelde Normandië zich al snel tot een van de grootste producenten van Frankrijk. De havens van Cherbourg, le Havre en Dieppe werden belangrijk, zowel voor de visserij als voor de koopvaart.

De haven van Cherbourg

De invloed van Napoleon en de revolutie gingen goeddeels aan Normandië voorbij. Maar dat veranderde snel na de inval van de Duitsers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Normandië werd door de Duitsers gezien als de plaats waar de geallieerden toe zouden slaan.

Grote fortificaties, oorlogshavens en kustbeschermingswerken werden aangelegd. Grote aantallen Normandische mannen werd gedwongen aan deze werken deel te nemen. Dit leidde uiteraard tot verzet. De Resistance was nergens groter dan in Normandië. Het gevolg was dat duizenden mannen door de Gestapo, terecht of onterecht verdacht van deelname aan het verzet, werden opgepakt en vermoord. De haat tegen de Duitsers was nergens groter dan in Normandië.

Groot was dan ook de vreugde toen de geallieerden landden op de stranden van Normandië. De burgers sloten zich massaal aan bij de Amerikanen, Engelsen en andere nationaliteiten om te helpen de gehate Duitsers van hun erven te verdrijven.

De landing op D-Day

“Ongeveer 14.000 gedode burgers. Caen, Lisieux, Coutances, Saint-Lô en andere steden zijn volledig verwoest. Vredige dorpjes zijn van de kaart geveegd. Economische bedrijvigheid rijkelijk verstoort. Kunstzinnige en culturele schatten zijn voor eeuwig verdwenen. Normandië zal de sporen van de oorlog nog lang dragen.
Normandië is het losgeld geweest van de nationale bevrijding. Het is belangrijk dat dit feit als zodanig wordt erkend, dat aan de herdenking het offer van jonge mannen uit overzeese gebieden – die voor eeuwig in het door hen bevrijde Normandië rusten – het offer van een hele streek en zijn inwoners verbonden wordt”.

Het memorial van Caen

Maar Normandië is er bovenop gekropen. Het heeft zich hersteld. Littekens zijn achter gebleven, maar het is terug bij waar het begon. Een geweldig land.