ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

Historie van Frankrijk: Vijfde Republiek



Charles de Gaulle

Daniel Cohn-Bendit

Vanaf het moment dat de Gaulle aan de macht kwam zette hij zijn plannen voor staatskundige hervormingen door. Op 28 september 1958 stemde meer dan 80% voor de nieuwe grondwet. Deze voorzag in veel meer macht en gezag voor de president. Zijn nieuwe partij "Union pour la Novelle République" werd de grootste fractie in de nationale vergadering.
De Gaulle zelf werd op 8 januari geïnstalleerd als president. Debré werd zijn premier. Later werd deze opgevolgd Georges Pompidou.

Door de situatie in Algerije kwamen rechtse politici en militairen in opstand. Deze staatsgreep op 22 april 1961 in de hoofdstad Algiers mislukte. Op 8 april 1962 sprak meer dan 90% van de bevolking zich in een referendum uit voor de onafhankelijkheid van Algerije. Dit land werd, na een bloedige strijd, onafhankelijk na een grondwetswijziging op 28 oktober 1962. De ambtstermijn van de Gaulle werd in december 1965 met zeven jaar verlengd.

In maart 1967 werden er opnieuw verkiezingen gehouden. De Gaullisten en hun bondgenoten behielden nog maar een krappe meerderheid.
De periode de Gaulle werd in het algemeen gekenmerkt door het herstel van Frankrijks positie als een onafhankelijk en invloedrijk land tussen de grote naties van de wereld. Bovendien wilde de Gaulle uiteindelijk één groot Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral. Hij vond het nodig dat de invloed en de macht van de Verenigde Staten werd terug gedrongen.
Om dit duidelijk te maken trok Frankrijk zich terug als lid van de NAVO en alle NAVO-Bases in Frankrijk werden ontruimd.
Ook wilde Frankrijk een zelfstandige kernmacht worden, het weigerde het z.g. non-polifiratieverdrag te tekenen. Groot Brittannië werd tot twee keer toe uit de EEG geweerd. Wel werden de betrekkingen met Duitsland genormaliseerd. De diplomatieke betrekkingen met Rusland en andere Oost Europese landen werden beter en losser.
Met de Arabische landen kon Frankrijk het goed vinden. Dat ging wel weer ten koste van de relatie met Israël. Kortom, het ging Frankrijk als land met aanzien goed.

Dit alles kon niet wegnemen dat in de tweede helft van de jaren zestig ontevredenheid ontstond over het beleid van de regering. Studenten en arbeiders kwamen, onder leiding van de niet eens Franse student Daniël Cohn-Bendit in opstand. In mei 1968 brak in Parijs de befaamde opstand uit die een maand zou duren. De regering deed uiteindelijk toezeggingen voor loonsverhoging voor de arbeiders.
 

Parijse straten weer eens in brand

Bij de in juni gehouden verkiezingen boekten de Gaullisten grote winst en samen met de onafhankelijke republikeinen en andere onafhankelijken vormde ze een sterk front tegen de socialisten.

Jaren zeventig en tachtig.
 

Georges Pompidou

Valéry Giscard d'Estaing

In april 1969, drie jaar voor het beëindigen van zijn ambtstermijn, trad de Gaulle af. Zijn voorstellen tot hervormingen, o.a. een nieuwe regionale indeling waren verworpen en dat was te veel voor zijn aangetaste ego.
De vervroegde presidentsverkiezingen werden gewonnen door de Gaullist Georges Pompidou. Deze streefde op binnenlands gebied naar een snelle industrialisatie. In zijn buitenlandpolitiek volgde hij, hoewel minder star, de lijn van zijn voorganger.
Hij verleende medewerking aan het lidmaatschap van Groot Brittannië in de EEG. Ook nam hij vaker een positief standpunt in de richting van de NAVO.

Hoewel de parlementsverkiezingen in 1973 werden gewonnen door de samenwerkende socialisten en communisten, behielden de regeringspartijen de meerderheid.
Op 2 april 1974 overleed Pompidou plotseling. Bij de nieuwe presidentsverkiezingen beschikten de Gaullisten niet over een bekwame kandidaat. Daarom werd besloten de minister van financiën en economie, de onafhankelijke republikein Giscard d'Estaing te steunen. Hij versloeg met een heel klein verschil de socialistische leider François Mitterand.

Jacques Chirac werd premier van een kabinet van Gaullisten en republikeinen. In 1976 werd Chirac door de president ontslagen en nam Barre de functie over.
Onder Giscard werd het door zijn voorgangers gevoerde beleid in grote lijnen voortgezet. In zijn buitenlandse politiek bleef het streven een sterk, door Frankrijk en Duitsland beheerst Europa, onafhankelijk van de Verenigde Staten. De pro-Arabische houding in het Midden Oosten bleef gehandhaafd.
In het voormalige Frans Afrika bleef Frankrijk vertegenwoordigd door de aanwezigheid van militaire troepen en adviseurs en de financieel-economische invloed werd hier vergroot. Intern had Giscard te kampen met separatistische bewegingen op Corsica en in Bretagne.

In mei 1981 werd Giscard verrassend verslagen door de socialistische kandidaat François Mitterand. Hij was de eerste socialistische president sinds de instelling van de vijfde republiek in 1958.
 

François Mitterand

Na de parlementsverkiezingen in juni ontstond een regering van socialisten (PS) en communisten (PCF) onder leiding van Mauroy. Deze regering trachtte door middel van nationaliseringen de economie te verbeteren. De resultaten vielen zwaar tegen en al snel werd men gedwongen het progressieve beleid af te zwakken. Onder Fabius maakten de communisten niet langer deel uit van de regering.
In 1986 won de combinatie UDF- RPR onder aanvoering van Jacques Chirac de verkiezingen. De Vijfde Republiek kreeg te maken met een ongekend fenomeen. De "Cohabition", een regering gevormd door een president en een premier van verschillende politieke kleur.

In mei 1988 ging de strijd opnieuw tussen Chirac en Mitterand. De laatste won opnieuw de presidentsverkiezingen.

De jaren tachtig waren voor Frankrijk in bepaalde opzichten opvallend. De electorale basis en de invloed van de communistische partij liepen sterk terug. Daar tegenover stond de opkomst van extreem rechts onder aanvoering van Le Pen met zijn Front National.
En dan was er nog de snelle opmars van de Groenen "Les Verts" die sinds juni 1989 zelfs een plaats hadden gevonden in het Europese Parlement.

De jaren negentig

In 1991 werd voor het eerst een vrouw premier van Frankrijk; Edith Cresson. Weinig populaire maatregelen waren fnuikend voor haar populariteit. Ze werd in 1992 al opgevolgd door Pierre Bérégovoy. Die trad op zijn beurt terug als premier in 1993 wegens het mislukken van zijn economisch programma en werd opgevolgd door Edouard Balladour.

De regering Balladour kreeg te maken met talloze corruptieschandalen waardoor een aantal ministers tot aftreden werden gedwongen.
Bij de presidentsverkiezingen van mei 1995 liet Jacques Chirac, leider van de Gaullistische partij en burgemeester van Parijs eerst zijn partijgenoot Balladour en later de socialistische kandidaat Lionel Jospin achter zich.
 

Jacques Chirac

Het begin van zijn presidentschap was meer dan woelig. Het straffe bezuinigingsbeleid van premier Juppe stuitte op een golf van verzet. Een talrijke stakingen legde eind 1995 het openbare leven volledig lam. Ook in oktober en november 1996 kwam het tot massale stakingen bij de spoorwegen, in de luchtvaart, het onderwijs en andere overheidsdiensten. Vrachtwagenchauffeurs legden met blokkades het land plat. De economische groei daalde en de werkloosheid steeg tot een naoorlogs record.

21ste eeuw

In september 2000 spraken de Franse kiezers zich uit voor een grondwetswijziging waarmee de ambtstermijn van de president van zeven naar vijf jaar werd teruggebracht. In 2002 is parlementair rechts aan de macht gekomen. Het gevolg was brede steun voor de herverkiezing van Chirac. Deze regering ging gezien de omstandigheden, volgens ingewijden, veel te omzichtig te werk. Men wilde ten koste van alles de sociale rust bewaren. Noodzakelijke hervormingen op terrein van belastinghervorming, liberalisering en privatisering van (semi)overheidsbedrijven, en hervorming van de gezondheidszorg werden vooruit geschoven. Wel werden successen geboekt bij de aanpak van criminaliteit en verkeersproblematiek (minder verkeers slachtoffers).

Vanaf de zomer van 2003 begon het tij te keren. Er kwam verzet tegen de decentraliseringswetgeving en herziening van het pensioenstelsel. Ook de catastrofale hittegolf in augustus 2003 die meer dan 15.000 slachtoffers eiste kostte de regering veel aan populariteit.
De regering raakte in een vrije val. Hoewel Chirac een nieuwe regeringsploeg aanstelde was er geen redden meer aan.
Frankrijk was het vertrouwen kwijt wat bleek uit het massaal nee stemmen tijdens een referendum over het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie.
 

Dominique de Villepin

Nicolas Sarkozy

Dominique de Villepin werd tot nieuwe premier benoemd en Nicolas Sarkozy als "Ministere d'Etat" (daarmee protocollair de nummer twee in de regering) werd herbenoemd als minister van binnenlandse zaken. Op voordracht van Villepin is het regeringssysteem drastisch hervormd. De omvang werd sterk gereduceerd en alle staatssecretarissen verdwenen.

Iedereen zag het aankomen. Zowel Villepin als Sarkozy waren ambitieus en kandidaten voor de volgende presidentsverkiezingen. Er was onvrede en verschillen van mening in de diverse politieke partijen.

Uiteindelijk, na veel modder gooien, dat daarna nog door bleef gaan, werd Sarkozy gekozen tot president. Hij heeft een relatief grote macht doordat hij zowel staatshoofd als regeringsleider is.
In oktober 2008 wordt ook de invloed van de creditcrisis in Frankrijk merkbaar. Vanaf begin 2009 pompt de regering miljarden in de economie. Maar er moeten ook bezuinigingen worden doorgevoerd om de staatsschuld te reduceren. Onder andere hervorming en verhoging van pensioenleeftijd zijn het gevolg. De gevolgen heeft u gezien. Opnieuw stakingen en ongeregeldheden. Frankrijk blijft Frankrijk.

Onder het presidentschap van Jacques Chirac (vanaf 1995) werd een algemeen gevoel van malaise merkbaar, dat al door de president zelf was geconstateerd. Dit heeft geleid tot een golf van publicaties die wel onder de noemer 'déclinologie' werden gebracht, alsof het een tak van wetenschap betrof.
Wellicht is de malaise te herleiden tot twee actuele uitdagingen: de globalisering, het vergroten van de internationale concurrentiekracht van de Franse economie die gecombineerd moet worden met het behoud van de verzorgingsstaat, baanzekerheid en een ervaren 'douceur' in de levensstijl. Een andere grote uitdaging is de multiculturele samenleving die Frankrijk de facto al is, maar waarop de klassieke republikeinse bestuursvorm, die uitgaat van geïndividualiseerde, gelijkwaardige burgers in een centralistische eenheidsstaat, onvoldoende greep blijkt te hebben. Sarkozy heeft weliswaar verandering beloofd, maar dat hebben de kiezers vaker gehoord.

 
François Hollande
Sarkozy kon uiteindelijk, onder invloed van de financiële- en economische crisis de beloften voor een ander en beter Frankrijk niet helemaal nakomen. Het nationalistische gevoel dat Frankrijk zich te veel de wil van Europa liet opleggen begon tegen hem te werken.
In 2012 ontbrandde een ongekend heftige verkiezingsstrijd. De belangrijkste opponent voor Sarkozy werd François Hollande. Tijdens de voorverkiezingen werd duidelijk dat Hollande de beste papieren had. Toch was de achterstand van Sarkozy nog niet hopeloos.
Wat hem uiteindelijk bij de definitieve verkiezingen opbrak was de oproep van Marie le Pen van het rechtse Front National om niet of blanco te stemmen, terwijl de linkse partijen massaal hun stem aan Hollande gaven.
 
Uiteindelijk werd Sarkozy verslagen met het kleinst mogelijke verschil. Hollande kreeg iets minder van 52% van de stemmen. Sarkozy strandde op ruim 48%.
Hollande beloofde aan de Fransen zich minder aan te gaan trekken van de strenge, door Brussel opgelegde normen, de eisen ten aanzien van het begrotingstekort te versoepelen en van Frankrijk weer een land voor de Fransen te maken.
Het is voor het eerst in lange tijd dat Frankrijk weer wordt geregeerd door een socialist. Wat de keuze van de Fransen uiteindelijk zal betekenen voor Europa en de positie van Frankrijk binnen de EG zal af te wachten zijn.

Marianne
Eveline Thomas

Officiele nieuwe logo van de Franse overheid
Marianne is het nationale symbool van Frankrijk. Zij bekleedt een ereplaats in stadhuizen en rechtbanken. Marianne staat voor de triomph van de republiek. Haar beeltenis staat op de Place de la Nation in Parijs. Haar profiel staat op het officiele wapen van het land, evenals op de euromunten en postzegels. Als zinnebeeld van de Franse Republiek wordt ze ook afgebeeld op Franse Ridderorden.
Vandaag oogt Marianne een heel stuk jonger dan vroeger. De officiële bustes begonnen trekken van bekende vrouwen aan te nemen tijdens de vijfde republiek. De eerste was Brigitte Bardot in 1970. Ze werd opgevolgd door Mireille Mathieu (1978), Catharine Deneuve (1985), Inès de la Fressange, Sophie Marceau en Laetitia Casta in 2000. In 2003 werd Eveline Thomas, een talkshow presentatrice, gekozen als de nieuwe Marianne.

Sinds september 1999 zijn de bekendste Franse symbolen ; Marianne en Libertè – Egalitè – Fraternitè, gecombineerd in een nieuw logo. Dit werd ontworpen door Lionel Jospin, onder toezicht van de Franse Informatiedienst (SIG). Sinds dat jaar verschijnt het nieuwe symbool op binnen- en buitenlandse brochures en ander officieel materiaal.

Marseillaise
 
Rouget de l'ilse chantant "La Marseillaise"De componist zingt zijn lied voor het eerstIn de salon van de burgemeester van Strasbourg
De Marseillaise is het officiele volkslied van Frankrijk. Het was ook zelfs een korte tijd het volkslied van Rusland tijdens de revolutie. De oorspronkelijke versie van het lied werd door Claude Joseph Rouget, in de nacht van 25 op 26 april 1792 geschreven.
De originele naam van het lied is "Chant de guerre de l'armee du Rhin" (Marslied van het Rijnleger)
De huidige naam, Marseillaise, is te danken aan het feit dat de troepen uit Marseille het lied zongen bij hun intocht in Parijs tijdens de Franse revolutie.
 
Op 14 juli 1795 werd de Marseillaise officieel tot volkslied van Frankrijk verklaard. Napoleon echter, verbood het zingen ervan tijdens zijn keizerrijk. Ook onder de regeerperioden van Lodewijk XVIII en Napoleon III werd het zingen van dit lied als bijzonder subversief gezien.
 
In 1830 werd door de beroemde componiost Berloz het huidige arrangement gemaakt.
De derde republiek ontstond na de Pruisisch-Franse Oorlog. Aanvankelijk werd de staatsvorm in alle discussies vermeden., Uiteindelijk werd in 1878 definitief gekozen voor een republiek. De Marseillaise werd in ere hersteld.