ma-deuxieme-vie

Alles over wonen en leven in Frankrijk
Alle informatie overzichtelijk & compleet

De abdij van Mont Saint-Michel


De legende
Om de geschiedenis van deze abdij te volgen moeten we ver terug in de tijd. Eerst gaan we op zoek naar de naam.
In het oude testament wordt beschreven hoe God vier aartsengelen had aangesteld. Aanvankelijk hadden deze nog geen namen. Eén van deze vier begon zich meer en meer te verzetten tegen de hem gegeven opdrachten. Hij kreeg later de naam Lucifer, die zich ontpopte tot de duivel of Satan.
Hij begon zich dezelfde eigenschappen als God aan te meten.
Eén van de overige drie aartsengelen kwam tegen Lucifer in verzet en zou tegen hem hebben geroepen: “Wie is hier God?”, in het Hebreeuws is dat: “Mi-ka-el?”
Vanaf dat moment is de verering van Saint Michael geboren.

Uitbeelding van de droom van Aubert


Sanctuario san Michele Arcangelo In Monte Gargano

Aartsengel Michael Een impressie van de schilder Guido Reni
Deze verering werd graag in verband gebracht met donder en bliksem, maar ook met hoge, eenzame toppen. Zo zou hij verschenen zijn in Italië op de Monte Gargano, een rotsachtige uitloper boven de Adriatische Zee.

Na de ineenstorting van het Romeinse keizerrijk, waren het vooral de christelijke bisschoppen die een onbetwistbare rol gingen spelen in de steden. In Avranches was dat, in het begin van de 8ste eeuw bisschop Aubert. Deze bisschop zou, volgens de overleveringen, Saint Michel in zijn slaap hebben gezien, waarbij de aartsengel hem beval een kerk te bouwen op het rotsachtige schiereiland voor de kust.

Aubert twijfelde aan de waarheid van de droom. Om hem te overtuigen priemde Saint Michel zijn wijsvinger in de schedel van een ongelovige.
Om nog meer gewicht in de schaal te leggen werd een gestolen stier boven op de rots terug gevonden, zoals Saint Michel had voorspeld aan Aubert.

Aubert stuurde twee boodschappers naar de Monte Gargano om te onderzoeken of er een verband bestond tussen zijn dromen en de wonderen in Italië. Toen deze twee terugkeerden hadden zij een stuk van de rode mantel die Saint Michel droeg op het moment dat hij daar verschenen was, en een fragment van het altaar waarop de voetafdruk van de artsengel zou zijn achtergebleven. Op deze plek is, vergelijkbaar met Mont Saint-Michel een grote kerk en abdij ontstaan.

Bij hun terugkeer troffen de boodschappers een totaal “andere wereld” aan. Bij hun vertrek werd het schiereilandje afgescheiden van de kust door dichte begroeiing van struiken en bomen.

Dit was helemaal verdwenen en de rots was een eiland geworden. Door deze gebeurtenissen en de meegebrachte relikwieën werd de samenhang tussen de dromen van Aubert en de wens van Saint Michel voldoende aangetoond. Op 16 oktober 708 werd de rots gewijd. De Mont Saint-Michel was geboren.

De eerste bouw
Op de rots stonden nog een paar hutten, overgebleven uit de Keltische tijd en waarin er nog sprake was van een schiereiland. Aubert besloot er een kerk te gaan bouwen. Maar waar te beginnen?
En zie… Opnieuw geschiedde een wonder. Er viel dauw uit de hemel, doch bepaalde plaats bleef droog. Daar, op dat aangegeven gedeelte, moest de kerk worden gebouwd.
De bisschop verzamelde boeren om zich heen die het terrein egaliseerden en in gereedheid brachten.
Een enorm karwij. Er lagen grote rotsblokken en enkelen daarvan bleken nauwelijks, zelfs niet te verplaatsen. Alles moest immers met mankracht worden uitgevoerd.

Maar opnieuw schoot de hemel te hulp. Een inwoner van Huisnes kreeg visioen en hij besloot met zijn 12 zonen de bisschop te hulp te schieten. Aangekomen op de rots zou het ook met hun hulp onmogelijk zijn het enorme blok te verplaatsen. Tot zijn jongste kind het enorme rotsblok met zijn voet aanraakte en het gevaarte zichzelf in beweging zette en naar beneden rolde.

De schrijn met daarin de schedel van Aubin In de Saint-Gervais te Avranches
Het leven zou onmogelijk zijn geweest op het eiland zonder voldoende drinkwater. Met of zonder hulp uit de hemel, er werd een bron ontdekt, de z.g. Aubertfontein aan de voet van de rots.

Een aantal jaren later werd de eerste kerk afgebouwd en ingewijd. Aubert installeerde er een aantal geestelijken die de aan Saint Michel gewijde diensten dienden voor te gaan.

Van de oorspronkelijke kerk is waarschijnlijk niets meer over gebleven. Aangenomen wordt dat de muur van grove stenen, die nu de cyclopische muur wordt genoemd het enige restant is. Dit overblijfsel is nog te bewonderen in een van de crypten, de Notre-Dame-sous-Terre.

De stichting van de abdij
De invallen van de Noormannen zetten de wereld op zijn kop. Ook Cotentin werd niet gespaard door de Vikingen, de koningen van de zee. Regelmatig deden zich strooptochten voor. Kloosters werden daarbij niet ontzien. Alle rijkdommen van abdijen werden door deze barbaren leeggeroofd. Het gevolg was dat veel monniken die hun kloosters in gevaar zagen komen, hun kostbaarheden bij elkaar raapten en diep het binnenland invluchtten, hun onderkomens daarbij onbewaakt achter latend.

Rollo

Karel de Eenvoudige
Ook de Mont Saint-Michel ontkwam niet aan de rooftochten. In 847 werd de kerk geheel geplunderd. De discipelen van Aubert gaven echter hun domein niet op. Deze geestelijken, aangeduid als kanunniken bleven zich huisvesten op de rots en langzaam maar zeker ontwikkelden zij daar een leven vol pracht en praal, gevoed door de inbreng en giften van talloze pelgrims die de rots bezochten.

Uiteindelijk vestigden de Noormannen zich permanent aan de monding van de Seine. Hun aanvoerder Rollo, sloot in 911 een overeenkomst met Koning Karel de Eenvoudige, gekend als het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte.

Rollo kreeg het gebied dat vanaf dat moment Normandië werd genoemd in beheer en hij bekeerde zich tot het katholicisme. Hij werd een fanatiek beschermheer van het geloof en legde al zijn onderdanen ondergeschiktheid op aan de katholieke wetten.

In 942 werd Richard I, de kleinzoon van Rollo, op 10-jarige leeftijd, heerser over Cotentin en Avranchin. Hij wilde de kerk en zijn hertogdom tot aanzien brengen. Hierbij zou hij de nieuwe geloofsovertuiging van de Noormannen duidelijk maken.

In 529 was door Benedictus van Nurcia de benedictijner levenswandel uitgedacht. In 817 werd deze overtuiging en regelgeving herzien door Benedictus van Ariane.

Benedictus van Nurcia
Richard I van Normandië had in 965, aan de oevers van de rivier de Epte, Lotharius, de koning van Frankrijk ontmoet. De politieke en geestelijke macht van deze koning was enorm groot.
Richard besloot godsdienstige hervormingen door te voeren om de invloed van de kerk te vergroten te versterken.

In de negende eeuw schreef de monnik Benedictus van Aniane een herziene versie van de Regel van Benedictus. De machtige hertog Willem van Aquitanie stichtte de abdij van Cluny in 910, met de herziene regels als leiddraad. De hertog wilde dat de monniken zoveel mogelijk voor hem en zijn familie baden. Hij schonk hen landerijen en lijfeigenen, zodat de monniken zoveel mogelijk tijd in de kerk konden doorbrengen. Ze schreven daar prachtige psalmen en voerden die ook uit. De monniken van Cluny leefden voornamelijk binnen de kloostermuren en hielden zich zo min mogelijk met de buitenwereld bezig. Deze beschaafde, artistieke leefwijze beviel hen erg goed. Ze waren meestal afkomstig uit gegoede families en waren niet gewend aan werken op het land. Benedictus van Aniane wilde dat de monniken zich vrijwel de hele dag aan hun religieuze plichten wijdden, in lange diensten met gezangen.


Richard I, zonder vrees
De abdij van Cluny
Abdij van Cluny
In 966 werd aan de geestelijken van de Mont Saint-Michel door Richard I de nieuwe regels van Saint Benedictus opgelegd. De vroegere kanunniken met hun pracht en praal werden verjaagd. De bewaker van de relikwieën van Saint Aubert werd gedongen zijn verborgen schatten over te dragen. Door Richard werden er benedictijnen op de rots geïnstalleerd, welke gekozen waren uit monniken van Gent.

Als eerste abt van de Mont Saint-Michel werd pater Maynard aangewezen. Hij legde de nadruk op de Benedictijnse principes. Persoonlijke armoede, kuisheid en gehoorzaamheid aan de abt stonden voortaan voorop. De roeping van de priesters was bidden voor alle andere mensen en voor de gehele gemeenschap, waarvan zij de ziel moesten vormden.
Ze moesten voorzien in hun eigen dagelijks levensonderhoud.
Er werd meteen begonnen met de herbouw van de, door de Noormannen verwoeste eerste kerk.

De eerste schatten – Het Scriptoriaal
In de 11de eeuw was de Mont Saint-Michel uitgegroeid tot een intellectueel centrum. De monniken hadden, om zich meer in het geloof te verdiepen en om beter tot God te kunnen bidden, heilige teksten en overdenkingen van de Heilige Schrift nodig. Er begonnen meer en meer handschriften tussen onderlinge monasteria te circuleren. Deze werden veelal in de abdij van Mont Saint-Michel gekopieerd, verluchtigd met illustraties en van commentaar voorzien in het scriptorium, de werkplaats van de kopiisten. Deze teksten dienden ter verfraaiing van ceremoniën en werden de schatten van de Benedictijnerabdijen.

Het scriptorium
Robert de Tombolaine becommentarieerde het Hooglied. Lanfranc, de latere aartsbisschop van Canterbury een van de genieën uit deze periode van de geschiedenis, verliet Italië en vestigde zich in Avranches. Zijn aanwezigheid vormde de basis van de verlichting van de abdijen van Normandië, zoals de abdij van Le Bec, de abdij van Lessay, maar zeker was zijn invloed groot op het kloosterleven van Mont Saint-Michel.

Lanfranc

Omdat het christendom van de 11de eeuw veel werd gevoed door wonderen en onverklaarbare zaken, vermenigvuldigden zich de wonderen. Ze werden door de monniken met grote ijver genoteerd en aan de talloze pelgrims vertelt. Deze geschriften en vertellingen droegen in zeer grote mate bij tot de mystiek en de glorie van Mont Saint-Michel.
Een zwangere vrouw werd tijdens haar voettocht naar de abdij overvallen door het opkomende water. De zee, ergo Saint-Michel, spaarde haar.
Een goddelijke, maar onverklaarbare muziek verspreidde zich over het monasterium.
De monniken vonden gesloten kistjes, waarvan de sloten spontaan open sprongen. Men ontdekte het gebeente van Saint Aubert, maar bovenal werd de schedel gevonden van de door Saint Michel met zijn wijsvinger doorboorde schedel.

Pelgrims stroomden in duizendtallen toe. De vijf belangrijkste routes naar de berg werd ingericht. Overal verschenen kruizen en aanwijzingen om de gelovigen te leiden.
Maar niet alleen werd de rots door pelgrims bezocht. Gelovigen begonnen zich er te vestigen. Norgod, een bisschop van Avranches zag op een nacht de abdij badend in een hemelse glans, later het St. Michel schijnsel genoemd. Dit was voor hem een reden om zijn zetel op te geven en op de rots te gaan wonen.
Néel de Saint-Sauvreur, een groot Normandisch krijgsman, trok zich, na een leven van gevechten, ook hier terug. Los van de vestiging door de monniken werd de rots meer en meer een bewoonde stad.

Veel van de geschriften uit deze periode zijn bewaard gebleven en ondergebracht in het Scriptorial d’Avranches.

De verdere bouw
De oorspronkelijke kerk, De Notre-Dame-sous-Terre zou verdwijnen. Dit werd aangekondigd door de verschijning van een komeet. En zo geschiedde. In 922 werd de kerk door een brand verwoest.
Er moest een nieuwe kerk worden gebouwd. Op de Mont Saint-Michel was dat op zich al een huzarenstukje. De architecten dienden rekening te houden met de steilte en de kegelvorm van de rots. En men diende haast te maken. Immers, het mystieke karakter van Mont Saint-Michel mocht, door het ontbreken van een kerk niet verloren gaan.

Het tredwiel

De hijsbaan
Er werden nieuwe technieken en smaken ontwikkeld. Veel van de gebruikte stenen werden met sloepen aangevoerd vanaf de Kanaaleilanden. Revolutionair was de uitvinding de twee tredwielen waarin mannen al stappend de duizenden kilo’s steen naar boven hezen. De voorloper van de hoogwerkers. Honderden gelovigen waren nodig om tegen kost en inwoning dit huzarenstuk te volbrengen. Ambachtslieden meldden zich voor gratis diensten op de rots.

De oude Notre-Dame-sous-Terre werd volledig afgedekt door een groot gewelf. Vervolgens werd de crypte Notre-Dame-des-Trente-Cierges gebouwd. Deze diende om het transept van de nieuwe kerk te ondersteunen.

Begonnen werd met de bouw van de Chapelle de Saint-Martin, welke nodig was om, met haar tonggewelf, het transept aan de noordkant te ondersteunen.
De ontwerpers hielden rekening met de wens van de monniken. Stenen gewelven die de akoestiek van de gregoriaanse gezangen verbeterden.

De stevigheid van de daarbovenop gebouwde kerk werd verzekerd door een geraamte van zuilen en bogen. Niet door een opeenstapeling van stenen. Het metselwerk werd, voor die tijd, een hoogstandje van architectuur. Door het ontwikkelen van de bogen werd het mogelijk galerijen en vensters aan te brengen waardoor overal licht binnen kon vallen.

De crypte Notre-Dame-des-Trente-Cierges
Het schip had zeven bovengalerijen welke de Mont Saint-Michel volledig domineerden. Maar onheil kon niet uitblijven. Op een nacht in 1103 stortte de noordelijke muur van de kerk in en kwam terecht op de slaapzalen van de monniken.
Opnieuw een wonder. Alle geestelijken bevonden zich op dat moment in de kerk. Niemand kwam om of raakte gewond.

Robert de Thorigny
De Mont Saint-Michel werd in de daaropvolgende periode geteisterd door een opeenvolging van onderlinge twisten tussen afstammelingen van Willem. De zogenaamde honderdjarige oorlog. Een van zijn nazaten, Henri Beau-Clerc, kwam in opstand tegen zijn broers, de toenmalige koning van Engeland en de Hertog van Normandië. Henri moest zich uiteindelijk terugtrekken in het monasterium van de Mont Saint-Michel dat ook dienst deed als citadel.
Uiteindelijk werd hij gedwongen te capituleren, maar hij nam vervolgens bloedig wraak. Hij werd uiteindelijk, onder de naam Hendrik I gelijktijdig koning van Engeland en hertog van Normandië.
Zijn kleinzoon werd onder de naam Hendrik II zijn erfgenaam. Deze erfenis werd opnieuw ernstig betwist. Er barstte opnieuw een burgeroorlog uit, waarbij zelfs het bisdom Avranches en de abdij Mont Saint-Michel lijnrecht tegen elkaar kwamen te staan.

Uiteindelijk was het Bernard-du-Bec, toenmalig abt van Mont Saint-Michel die er in slaagde een godsdienstige hervorming op te leggen aan de abdij. Daarmee maakte hij een einde aan de twisten.
Hendrik II slaagde er tenslotte in de vrede te herstellen tussen het hertogdom en Engeland.

Robert de Thorigny werd vervolgens, tot grote tevredenheid van Hendrik II de opvolgende abt van Mont Saint-Michel. Deze priester was oorspronkelijk van adellijke afkomt. Hij was vooral historicus en kroniekschrijver en kreeg grote invloed op de koning.
Hij slaagde er in een groot aantal bisschoppen op de abdij bijeen te roepen. Hendrik II en Lodewijk VII, de koning van Frankrijk hadden net de vrede getekend. Ook zij werden gelijktijdig met hun respectievelijke gevolgen uitgenodigd. Zelden was een zo ongekend rijke stoet gezien.

Deze abt werd meer en meer gemengd in politieke zaken van het hertogdom en betrokken bij de grote evenementen van Hendrik II.
Thomas Becket, de vroegere kanselier van Hendrik II bekeerde zich tot katholiek. Hij werd later priester en benoemd tot aartsbisschop van Canterbury. Vanwege zijn tegenwerking richting Hendrik II, liet deze hem in 1170 vermoorden in zijn eigen kathedraal. De grootste dwaling van Hendrik II. Opnieuw dreigden spanningen.

De moord op Thomas Becket
Robert de Thorigny, priester, maar als man van de koning, spande zich in om vorst en kerk met elkaar te verzoenen. Hij bereidde de symbolische vernedering van Hendrik II voor door de openbare boetedoening voor de kathedraal van Avranches. Een gedenksteen op La Platte Forme, op de plaats waar de voormalige kathedraal stond, herinnert hier nog aan.
Dank zij de diplomatieke manier van benaderen van problemen door Robert de Thorigny, werd zijn invloed op de wereld van zowel die van de kerk, als op politiek vlak bijzonder groot.

Robert richtte op Mont Saint-Michel ook een school op. Hier werden novicen opgeleid in richtingen als muziek en dichtkunst.
Tenslotte breidde Robert de abdij verder uit. Aan de zuidelijke zijde van het monasterium liet hij een verblijf bouwen om pelgrims in onder te brengen Deze gebouwen zijn ingestort aan het begin van de 19de eeuw. Voor zichzelf liet hij een eenvoudig appartement bouwen aan de westelijke zijde. Tevens liet hij twee torens optrekken aan de voorzijde van de kerk.

De tijd van abt Robert mag men het intellectueel, politiek en materieel hoogtepunt noemen uit het bestaan van Mont Saint-Michel. Maar het werd, na zijn overlijden, ook het einde van een tijdperk. Het tijdperk van het einde van de hertogen en daaraan gekoppeld, de romaanse kunst.

La Merveille – Het wonder
Weer brak een woelige tijd uit. Richard Leeuwenhart overleed in 1199. Philip Auguste, de toenmalige koning van Frankrijk, profiteerde van de zwakte van de Engelse dynastie door Normandië te veroveren. Mont Saint-Michel bleef trouw aan de Engelsen, maar werd daardoor opnieuw in een oorlog gestort.
De monniken boden hevig tegenstand, maar in 1203 verwoestte een felle brand een groot aantal van de huizen in de stad en een deel van de abdij.

Na zijn uiteindelijke overwinning moest Philip op elke manier de trouw en liefde van zijn Normandische onderdanen zien te winnen. Hij liet daarom een grote geldsom bij de abt van Mont Saint-Michel afgeven. Zijn kleinzoon, Lodewijk IX kwam in 1256 op de abdij en legde een enorme zak goud op het altaar.
Philip de Schone ondernam een pelgrimage naar de berg in 1311. Door deze bezoeken werd de bescherming van de abt door de wereldlijke macht bevestigd. Maar van enige invloed was geen sprake meer. De koning bemoeide zich niet met het interne leven op de abdij, noch met de benoeming van de abten. Mont Saint-Michel genoot een geweldige onafhankelijkheid.

Vanaf het einde van de 12de eeuw besloten de abten aan de noordelijke zijde van de abdij een aantal nieuwe gebouwen neer te zetten voor de monniken. De geestelijken waren de duisternis en het enge karakter van romaanse zalen beu. Ze wilden ruimte, licht en schoonheid als basis voor hun dagelijkse bezigheden. Daarop werd een geheel van reusachtige zalen gecreëerd over drie verdiepingen. Deze bouw vond plaats in de eerste 40 jaar van de 13de eeuw. Deze bouw werd La Merveille, het wonder, genoemd.

De merveille

De binnentuin
Op het moment van intrede van de z.g. gotische kunst in Europa, waarbij gigantische kathedralen verrezen, ging Mont Saint-Michel mee in deze bouwstijl.
Een enorme steenmassa moest worden gestut, verlicht en ondersteund worden. Gigantische steunbogen welke op de oneffenheden van de rots steunden, dienden als ondersteuning. Pilaren en gewelven droegen gezamenlijk de drie verdiepingen. Technische innovatie had een architectonisch en ethisch wonder mogelijk gemaakt. Prachtige decoraties, vooral in het klooster zelf werden de afronding van het meesterwerk.

De drie verdiepingen aan de oostelijke zijde werden als eersten gebouwd. Als onderste de aalmoezenierszaal, daarboven de gastenzaal en tenslotte de refter.
Daarmee klaar werden aan de westelijke zijde op dezelfde manier de provisiekamer, de ridderzaal en tenslotte het klooster gebouwd.
Er was oorspronkelijk nog een derde deel voorzien, maar hieraan werd nooit meer begonnen.

Het tweeledige karakter van de monniken van de abdij werd geheel gerespecteerd. Het leven in gebed en de opvang van pelgrims.
Het voor de geestelijken gereserveerde deel, ook wel de clausuur genoemd, bestond uit de refter en het klooster, op de top van het gebouw.
Op de tussenverdieping was de verwarmde ridderzaal en de werkplaats.
De benedenverdieping werd gevormd door de provisiekamer waar de monniken voedsel verzamelden, terwijl de naastgelegen aalmoezenierszaal de mogelijkheid schiep pelgrims, meestal de armsten onder hen, te ontvangen en te voeden.
Boven de aalmoezenierszaal, op de tussenverdieping, bevond zich de gastenzaal welke bestemd was voor de voorname gasten.

De architectuur was een perfecte afspiegeling van de hiërarchie in de middeleeuwen.
Aan de onderkant van de maatschappij de armsten, daarboven de edellieden en boven aan de top de geestelijkheid.

Uiteindelijk werd op de top van de kerk in 1895 het beeld van de aartsengel Michael, ontworpen door de beeldhouwer Emanuel Frémiet en de architect Victor Petitgrand geplaatst.

Mede door de bouw van La Merveille werd Mont Saint-Michel 1979 uitgeroepen tot werelderfgoed door de Unesco.

De omgeving en de toekomst
Mont Saint Michel is, hoe merkwaardig dan ook, een zelfstandige gemeente. De burgemeester is Patrick Gaulois. Een belangrijker persoon is zeker Pastoor André Fournier. Hij is de pastoor van het kerkje aan de voet van de abdij en beheerder van het pelgrimshuis. Hij kan de inwoners van de gemeente zonder enige moeite opnoemen. Twaalf monniken, twee broeders in het benedendorp, een echtpaar dat toezicht houdt op de abdij, een conciërge, mevr. Lécard van een van de souvenirwinkeltjes, en een dame die de helft van het jaar op de berg woont.
Er is geen sprake meer van een dorpsleven. De school sloot in de zeventiger jaren haar deuren en de vroegere middenstanders zijn, met hun woekerwinsten, al lang verhuisd naar comfortabele woningen op het vaste land,
Toch blijft het, na de Eifeltoren, de tweede grootste toeristische trekpleister van Frankrijk. Het geringe aantal inwoners en de forensische middenstand kunnen zich gaan voorbereiden op 5.000.000 bezoekers per jaar.

De omgeving van le Mont Saint-Michel is voer voor geologen. De kusten aan weerszijden van het Kanaal (La Manche) bestaan voornamelijk uit krijtrotsen. Daaronder bevinden zich enorme lagen van het veel hardere graniet.
Door langdurige erosie is op sommige plaatsen het krijt volledig weg gesleten. Dit is terug duidelijk te zien aan de stranden bij Carolles en Saint-Jean-le-Thomas.
Het rotseiland waarop de abdij is gevestigd is ook door erosie ontstaan. Ten gevolge daarvan ontstond dit enorme brok graniet.

Door erosie vrijkomend graniet
De Kelten waren naar alle waarschijnlijk de eerste bewoners van het eilandje. Resten van, door hen gebouwde hutten, zijn later terug gevonden.
Dat de erosie hier op een dergelijke manier kon toeslaan is op zich niet vreemd. De getijdenstroming is in dit deel van het Kanaal ontzettend sterk en kan oplopen tot 16 en meer zeemijlen per uur. Bijna 30 kilometer. Als gevolg van deze afslijting ontstaat er ook een bijzonder groot verschil in waterhoogte tussen eb en vloed. Bij springvloed is een verschil tussen hoog- en laarwater van 15 meter geen uitzondering. De afstand tussen de hoog- en laagwaterlijn kan oplopen tot wel 20 kilometer op sommige plaatsen in de baai.

Een veel voorkomende bezigheid is het, wat wij in ons land noemen, wadlopen. Toch is het zaak hierbij uiterst voorzichtig te zijn. Algemeen wordt aangenomen dat bij opkomend tij een galopperend paard de vloed niet voor kan blijven.
Een bijkomende lastigheid is, dat het water bij afnemend tij, grote hoeveelheden zand meeneemt om het bij opkomend tij op andere plaatsen terug te storten. Daardoor verandert de situatie iedere keer opnieuw.
Ook is er op veel plaatsen sprake van drijfzand. Mocht u ooit besluiten om te voet de wandeling naar Mont Saint-Michel te maken, maak dan gebruik van de ervaren gidsen.

Vanuit Pontorson, op weg naar Mont Saint-Michel, passeert men een paar kleine gemeenten zoals Moidrey en Beauvoir. Opvallend is dat deze plaatsjes in een gebied liggen dat men “Les Poldres” noemt.

Les Poldres
Les Poldres Stukje Nederlandse inbreng
Polders klinkt natuurlijk erg Nederlands. Dat klopt ook. In de 19de eeuw werd de Nederlandse ingenieur Musselman aangeworven om een deel van het gebied in te polderen. 4.500 hectare van de baai is langzaam maar zeker uit zee gewonnen en in gebruik genomen als bijzonder vruchtbaar akkerland. De Franse polders zien er op het oog heel Nederlands uit. Op de lange, rechte dijken groeien rijen hoge populieren.
Wil je de buitendijk aflopen, bereid je dan voor op een tocht van bijna 20 km. Akkers aan de binnenzijde en schitterende kwelders aan de zeekant. Deze kwelders zouden normaal gesproken bij hoog water onder moeten lopen. Door de verzanding staan ze voortdurend droog.
In ieder geval is er een landschap ontstaan dat wordt gekenmerkt door schijnbaar oneindige ruimte, omgeven door lucht en water.

In de vorige eeuw werd vanuit Beauvoir een tramlijntje aangelegd om de gemiddeld 3 miljoen bezoekers per jaar aan de berg te vervoeren. Hiervoor werd een lange dam aangelegd. Het trammetje is intussen verdwenen, maar de lange dam ligt er nog steeds. Met alle gevolgen vandien.
De dam is vanaf de aanleg een discussiepunt geweest. Deze dam zorgde voor overvloedige zandafzetting. Daar waar in oorsprong sprake was van water aan weerszijden van de dam, lopen nu schapen te grazen. De verzanding nam steeds verder toe.
Het gevolg is dat het oorspronkelijke rotseiland nu praktisch aan het vaste land is vastgegroeid.

Na een onderzoeksperiode van ruim tien jaar werd op 16 juni 2006 door de toenmalig premier van Frankrijk, Dominique de Villepin een definitief besluit genomen.
De dam wordt afgebroken en vervangen door een brug. Miljoenen kubieke meters zand worden weggezogen en vervolgens via een hydraulisch systeem kilometers verderop in zee geloosd. Het totale bouwproject zal een periode van zes jaar in beslag nemen.

Maar eerst moesten, voor de werkzaamheden konden beginnen, een kolonie van een kleine honderd beschermde knoflookpadden verhuizen. Zij zijn ondergebracht in speciaal voor hen aangelegde vijvers.

De eerste werkzaamheden
Door een nieuwe, smalle brug op peilers te bouwen krijgen de getijden weer vrij spel en moet de verzanding zijn gestopt. De grote parkeerplaats aan de voet van het eiland zal verdwijnen en ruim drie kilometer landinwaarts komen te liggen. Bezoekers zullen met een elektrisch treintje op het eiland kunnen geraken.
Nu al is er bij direct betrokkenen de nodige oppositie. Door de aanleg van de brug zouden fietsers geen toegang meer kunnen krijgen tot het eiland. Een andere vorm van kritiek is dat de aan te leggen brug te smal zou zijn.
Maar het belangrijkste van deze onderneming is dat Mont Saint-Michel weer in de oorspronkelijke staat zal worden hersteld.

Het rotseiland wordt uiteindelijk weer eiland.